De werknemer die aanvullend geboorteverlof opneemt, blijft tijdens zijn verlof wettelijke vakantiedagen opbouwen. Over de opbouw van bovenwettelijke vakantiedagen en adv-dagen tijdens het verlof moeten de werkgever en werknemer aparte afspraken maken. Dit geldt ook wanneer je tijdens of rondom het verlof ziek bent; de wettelijke opbouw blijft doorlopen, maar voor adv kunnen afwijkende afspraken gelden.
De werknemer van wie de partner is bevallen, heeft sinds 1 juli 2020 recht op aanvullend geboorteverlof van maximaal vijfmaal de wekelijkse arbeidsduur. Het opnemen van aanvullend geboorteverlof heeft geen gevolgen voor de opbouw van wettelijke vakantiedagen. Deze opbouw loopt tijdens het verlof gewoon door. Het verlof kan wel van invloed zijn op de opbouw van bovenwettelijke vakantiedagen. Hierover kunnen afspraken zijn gemaakt in bijvoorbeeld de cao. Hoeveel dagen per jaar je extra opbouwt, hangt onder meer af van wat er in je contract staat en of je bijvoorbeeld 36 uur of 40 uur per week werkt. Dit geldt ook voor arbeidsduurverkorting (adv). Er zijn geen wettelijke afspraken gemaakt over adv. Afspraken over onder meer het opbouwen van adv kunnen wel zijn vastgelegd in de cao, het personeelsreglement of de arbeidsovereenkomst. Hebben werkgever en werknemer nog niets afgesproken over adv tijdens aanvullend geboorteverlof, dan is het zaak dit alsnog te doen.
In de praktijk gaat het vaak om adv uren per week die je opbouwt doordat je structureel meer werkt dan de afgesproken arbeidsduur.
Deze regeling wordt ook wel atv arbeidstijdverkorting genoemd en levert extra vrije dagen of vrije uren op.
Verschil adv dagen en atv dagen
Het verschil tussen adv dagen en atv dagen zit vooral in de manier waarop de tijd wordt gecompenseerd: bij adv spaar je tijd, terwijl bij atv vaak sprake is van minder uren werken elke week.
Het aantal adv dagen dat je opbouwt, is afhankelijk van je werkrooster, bijvoorbeeld als je 40 uur per week werkt terwijl in je contract staat dat je 36 uur werkt.
Opgenomen adv dagen worden in mindering gebracht op het opgebouwde adv-saldo en hebben geen invloed op de opbouw of het aantal wettelijke vakantiedagen.
Werkgever mag aanvullend geboorteverlof wijzigen maar niet weigeren
De werkgever en werknemer spreken samen af op welke manier de werknemer het aanvullend geboorteverlof opneemt. De werknemer kan het verlof bijvoorbeeld in één keer opnemen of over een langere periode spreiden. Wel moet hij het verlof opnemen binnen zes maanden na de geboorte. De werkgever mag het aanvullend geboorteverlof niet weigeren, maar kan wel tot twee weken vóór de ingangsdatum van het verlof de inroostering van de verlofdagen aanpassen als hij hiervoor een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang heeft. Tijdens het aanvullend geboorteverlof krijgt de werknemer een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg (WAZO). Voordat de werknemer aanvullend geboorteverlof kan opnemen, moet hij eerst het ‘gewone’ geboorteverlof van maximaal eenmaal de wekelijkse arbeidsduur opnemen. Dit geboorteverlof is volledig doorbetaald.
Bron: HR Rendement
