Kabinet wil nog meer weten over de zzp’er

Het kabinet gaat de komende tijd in gesprek met zzp’ers, werknemers, werkgevers en organisaties en hoopt daarmee meer helderheid te krijgen over het onderscheid tussen de zzp’er en een werknemer.

Voor de nieuwe wet- en regelgeving rondom de zzp’er is het kabinet een webmodule aan het ontwikkelen. Deze module kunnen ondernemingen gebruiken die een zzp’er willen inhuren en duidelijkheid willen over de kwalificatie van deze persoon. Komt na het invullen van deze module naar voren dat de zzp’er als zelfstandige aan de gang kan (er is dus geen sprake van een dienstbetrekking) dan ontvangt de opdrachtgever een opdrachtgeversverklaring. Met deze verklaring in de hand kan een opdrachtgever dan geen naheffing van de loonheffingen worden opgelegd. De aangegeven informatie in de module moet dan natuurlijk wel allemaal kloppen.

Meer helderheid over onderscheid

De module zit nu in de testfase. Hieruit komt naar voren dat de vragen blijken niet altijd even duidelijk te zijn. Ook blijkt dat in veel gevallen toch sprake is van dienstbetrekking. Tot deze conclusie kan bijvoorbeeld worden gekomen omdat de zzp’er op dezelfde manier werkt als een werknemer. De module kan echter niet altijd aangeven of er sprake is van een dienstbetrekking of een zzp’er. Het kabinet wil daarom nog meer helderheid zien te krijgen over dit onderscheid en wil ook weten hoe hier in de maatschappij tegenaan gekeken wordt. Het gaat dus gesprekken voeren met zzp’ers, werknemers, werkgevers en organisaties.

Minimumtarief van € 16 per uur voor zzp’er

Naast de webmodule is er in de regeling ook opgenomen dat er voor zzp’ers een minimumtarief van € 16 per uur gaat gelden. Daarnaast kunnen zzp’ers die meer dan € 75 per uur verdienen in overleg met hun opdrachtgever voor maximaal een jaar een zelfstandigenverklaring opstellen. De Tweede Kamer krijgt, als het goed is, de uitkomsten van de webmodule in het eerste kwartaal van 2020. Op dit moment kan er op het wetsvoorstel worden geschoten, want het ligt ter internetconsultatie tot 19 december 2019.

Bron: HR rendement

Deel deze pagina: