Filter op categorieën

Nieuws

Nieuwe MKBIdee-projecten van start

HR, E-HRMStaatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat gaf begin december aan dat 47 nieuwe MKBIdee-projecten van start gaan. MKBIdee is een subsidieregeling waarmee de overheid mkb’ers wil stimuleren om meer te investeren in de scholing en ontwikkeling van werknemers.

Ondernemers die een innovatieve oplossing hebben om de vaardigheden van hun personeel te verbeteren, kunnen elk jaar een aanvraag indienen voor een financiële bijdrage. De belangstelling voor de tender 2019 was opnieuw groot. In totaal waren er 190 MKBIdee-aanvragen, waarvan er 47 zijn toegekend. Het subsidiebedrag is dit jaar € 7,8 miljoen. Per project bedraagt de subsidie minimaal € 25.000 en maximaal € 200.000.

Digitalisering en klimaat- en energietransitie

Het afgelopen jaar zijn 14 MKBIdee-projecten uitgewerkt. De tender 2018 was bedoeld voor technische ondernemingen in het mkb. In de MKBIdee-projecten van 2018 zaten veel initiatieven waarbij op afstand wordt geleerd: platformen, e-learningsmodules, kunstmatige intelligentie, games, en augmented reality. De tender 2019 is uitgebreid naar het brede mkb. De focus ligt daarbij vooral op digitalisering en klimaat- en energietransitie.

Subsidie en een handig netwerk 

MKBIdee is onderdeel van het MKB-actieplan (pdf) van de overheid. Staatssecretaris Mona Keijzer: “Veel bedrijven in het mkb hebben een personeelstekort. En ze weten dat de vaardigheden van hun werknemers bij de tijd moeten blijven. Dat gaat allemaal niet vanzelf, zeker niet als je een kleine ondernemer bent. In het MKB-actieplan heb ik de belofte gedaan dat de overheid helpt met subsidie en een handig netwerk. Het is mooi om te zien dat in de MKBIdee-projecten ondernemers vaak samenwerken met partners zoals het onderwijs of branches.”

Voor de mkb-ondernemers 

De doelgroep van MKBIdee is de ondernemer met een bedrijf tot 250 werknemers. Ook andere partijen mogen een subsidieaanvraag indienen. Een harde eis is dat hun voorstellen zich richten op de mkb-ondernemers.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina:

Wat betekent WAB voor werken met jonge werknemers?

Jongere werknemerIn de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) zijn enkele specifieke regels voor jongeren opgesteld. Bovendien kent de WAB algemene bepalingen die extra relevant zijn voor jonge werknemers.

Door de WAB krijgen organisaties vanaf 1 januari 2020 met nieuwe arbeidswetgeving te maken. Een deel van die regels heeft vooral gevolgen voor werknemers van een bepaalde leeftijdscategorie. Een voorbeeld is de verlaging van de transitievergoeding, die met name oudere werknemers treft. Voor jonge werknemers kunnen de wijzigingen in de transitievergoeding juist gunstig zijn: elke werknemer die 18 jaar of ouder is (of meer dan gemiddeld 12 uur per week werkt), heeft vanaf komend jaar in principe recht op de transitievergoeding bij onvrijwillige uitdiensttreding. Het is niet langer een voorwaarde dat de werknemer minstens twee jaar in dienst moet zijn geweest. Dat komt met name jonge werknemers, die relatief vaak kortdurende dienstverbanden hebben, goed uit.

Wijzigingen voor ketenbepaling, payrolling en oproepkrachten

Een WAB-regel die voor jonge werknemers minder positief kan zijn, is dat werkgevers hen vanaf 2020 weer 3 jaar op basis van meerdere tijdelijke contracten kunnen laten werken. Momenteel is de maximale duur van de ketenregeling 2 jaar.
Jonge werknemers werken ook relatief vaak als payroll- of oproepkracht. De WAB zorgt ervoor dat payrollkrachten en oproepkrachten meer rechten en zekerheid krijgen.

Lage WW-premie voor bijbaantjes en BBL-leerlingen

Minder direct van invloed op de jonge werknemers zelf, maar wel belangrijk voor werkgevers, is dat er in het nieuwe systeem voor de WW-premie uitzonderingen zijn gemaakt voor jongeren. Werkgevers gaan een lage WW-premie (2,94%) betalen voor werknemers met een vast contract met een vaste arbeidsomvang en een hoge WW-premie (7,94%) voor werknemers met een flexibel contract. Werkgevers mogen echter ook de lage WW-premie betalen voor jongeren onder de 21 jaar die gemiddeld niet meer dan 12 uur per week werken (bijbaantjes dus). Daarnaast is de lage WW-premie van toepassing op leerlingen in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL).

Bron: HR rendement

Deel deze pagina:

Meer werkgevers aangeklaagd vanwege burn-out

burnoutJuridisch dienstverlener DAS ziet een forse toename van het aantal werknemers dat zijn werkgever aanklaagt voor inkomensverlies bij een burn-out. Via de rechter proberen zij af te dwingen dat de werkgever die inkomensderving compenseert. De rechter stelt hen echter zelden in het gelijk.

Bij een burn-out zijn werknemers langdurig uit de running. Ze krijgen dan te maken met een flinke inkomensderving. Een ziektewet- of arbeidsongeschiktheidsuitkering is vaak een stuk lager dan het maandloon. Wordt de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden ontbonden, dan heeft de werknemer niet altijd recht op een transitievergoeding. Ook een eventuele ww-uitkering betekent een flinke inkomensdaling ten opzichte van het eerder genoten salaris. Steeds meer werknemers stappen naar de rechter om financiële compensatie van hun geleden inkomensverlies te vorderen bij de werkgever. Met terugwerkende kracht stellen zij hun werkgever aansprakelijk voor de burn-out.

Werksituatie meestal niet enige oorzaak van burn-out

Om in aanmerking te komen voor een schadevergoeding, zal de werknemer moeten aantonen dat de werkgever schuldig is aan de burn-out. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de werkgever zijn begeleidingsplicht bij de burn-outklachten of tijdens het re-integratietraject heeft verzaakt. Dit blijkt in de praktijk lastiger te bewijzen dan veel werknemers denken.

De werknemer zal een overtuigend medisch dossier moeten overleggen en moeten kunnen aantonen dat de burn-out is veroorzaakt door de arbeidsomstandigheden en niet door de privésituatie. Een langdurig hoge werkdruk is namelijk zelden de enige oorzaak van een burn-out. Werknemers staan meestal niet alleen op het werk onder druk: ook hun vele verplichtingen thuis zorgen voor stress. En daar heeft de werkgever geen invloed op.

Rechter kent zelden schadevergoeding toe

DAS was tot dusver betrokken bij ruim honderd rechtszaken waarbij de werknemer zijn werkgever aansprakelijk stelde voor de financiële gevolgen van zijn burn-out. In slechts enkele gevallen kende de rechter aan de eiser een schadevergoeding toe. Dit gebeurde bij werknemers bij wie seksueel grensoverschrijdend gedrag een rol had gespeeld bij het ontstaan van de burn-out. In de praktijk valt een eventueel toegekende schadevergoeding meestal minder hoog uit dan gehoopt. Blijft de werknemer langdurig arbeidsongeschikt, dan kan de financiële schade flink oplopen. Vaak blijft die echter beperkt, doordat veel werknemers relatief snel weer bij een andere werkgever aan de slag gaan.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina:

Kabinet wil nog meer weten over de zzp’er

Het kabinet gaat de komende tijd in gesprek met zzp’ers, werknemers, werkgevers en organisaties en hoopt daarmee meer helderheid te krijgen over het onderscheid tussen de zzp’er en een werknemer.

Voor de nieuwe wet- en regelgeving rondom de zzp’er is het kabinet een webmodule aan het ontwikkelen. Deze module kunnen ondernemingen gebruiken die een zzp’er willen inhuren en duidelijkheid willen over de kwalificatie van deze persoon. Komt na het invullen van deze module naar voren dat de zzp’er als zelfstandige aan de gang kan (er is dus geen sprake van een dienstbetrekking) dan ontvangt de opdrachtgever een opdrachtgeversverklaring. Met deze verklaring in de hand kan een opdrachtgever dan geen naheffing van de loonheffingen worden opgelegd. De aangegeven informatie in de module moet dan natuurlijk wel allemaal kloppen.

Meer helderheid over onderscheid

De module zit nu in de testfase. Hieruit komt naar voren dat de vragen blijken niet altijd even duidelijk te zijn. Ook blijkt dat in veel gevallen toch sprake is van dienstbetrekking. Tot deze conclusie kan bijvoorbeeld worden gekomen omdat de zzp’er op dezelfde manier werkt als een werknemer. De module kan echter niet altijd aangeven of er sprake is van een dienstbetrekking of een zzp’er. Het kabinet wil daarom nog meer helderheid zien te krijgen over dit onderscheid en wil ook weten hoe hier in de maatschappij tegenaan gekeken wordt. Het gaat dus gesprekken voeren met zzp’ers, werknemers, werkgevers en organisaties.

Minimumtarief van € 16 per uur voor zzp’er

Naast de webmodule is er in de regeling ook opgenomen dat er voor zzp’ers een minimumtarief van € 16 per uur gaat gelden. Daarnaast kunnen zzp’ers die meer dan € 75 per uur verdienen in overleg met hun opdrachtgever voor maximaal een jaar een zelfstandigenverklaring opstellen. De Tweede Kamer krijgt, als het goed is, de uitkomsten van de webmodule in het eerste kwartaal van 2020. Op dit moment kan er op het wetsvoorstel worden geschoten, want het ligt ter internetconsultatie tot 19 december 2019.

Bron: HR rendement

Deel deze pagina:

Pensioenakkoord: vertraging stijging AOW-leeftijd

PensioenakkoordDe sociale partners zijn met het kabinet tot een principeakkoord over het vernieuwen van het pensioenstelsel gekomen. Bedoeling is om fikse wijzigingen aan te brengen in de regels voor de AOW en het aanvullend pensioen.

Het akkoord is het resultaat van een jarenlang onderhandelingstraject over de hervorming van het pensioenstelsel en aanverwante onderwerpen als de stijging van de AOW-leeftijd en vroegpensioen voor zwaar werk. Beoogde ingangsdatum van de afspraken over de AOW-leeftijd is 1 januari 2020. Het nieuwe pensioenstelsel vraagt meer tijd: het kabinet mikt op invoering per 2022.

Eerder met pensioen gaan moet makkelijker worden

Het kabinet, de werkgevers en vakbonden hebben onder meer het volgende afgesproken:

  • De doorsneesystematiek, waarbij alle pensioendeelnemers hetzelfde percentage pensioenpremie betalen voor hetzelfde percentage pensioen, wordt ‘afgeschaft’. De pensioenopbouw wordt ‘persoonlijker en transparanter’. Het kabinet en de sociale partners werken compensatiemaatregelen uit voor deelnemers die hierdoor worden getroffen.
  • Pensioenuitvoerders kunnen pensioen verhogen bij een dekkingsgraad boven de 100% en verlagen als deze onder de 100% komt. Korten en indexeren is nu pas aan de orde bij een dekkingsgraad van lager dan 90% respectievelijk 110% of hoger. Om daarnaast de kans op kortingen op de korte termijn te verkleinen, worden de regels hiervoor tijdelijk aangepast.
  • Eén van de maatregelen voor duurzame inzetbaarheid is het afremmen van de stijging van de AOW-leeftijd. De AOW-leeftijd blijft in 2020 en 2021 vaststaan op 66 jaar en vier maanden, om vervolgens door te stijgen tot 67 jaar in 2024. Vanaf 2025 geldt bij een stijging van de gemiddelde levensverwachting met een jaar dat de AOW-leeftijd met acht maanden stijgt. Dit zorgt wel voor een kostenpost van enkele miljarden euro’s. Het kabinet geeft aan dat het de kosten die het pakket aan maatregelen met zich meebrengt onder andere dekt door het lage-inkomensvoordeel te verlagen en het jeugd-LIV (tool) te beëindigen.
  • Werknemers met zware beroepen kunnen makkelijker eerder stoppen met werken. Zo krijgen werknemers de kans om 100 weken ‘fiscaal gefaciliteerd’ bovenwettelijk verlof op te sparen. En een werknemer kan in overleg met een werkgever drie jaar eerder met pensioen gaan, al zal doorwerken nog wel financieel aantrekkelijker blijven. Het kabinet stelt een uitkeringsbedrag van € 19.000 per jaar vrij van de zogeheten RVU-heffing.
  • Op de pensioeningangsdatum kan een werknemer maximaal 10% van zijn opgebouwde ouderdomspensioen direct opnemen, bijvoorbeeld om een hypotheek af te betalen.
  • Voor zzp’ers komt er een fiscaal gunstige regeling voor pensioen. Verplicht wordt het opbouwen van pensioen niet. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt wél verplicht.

Nog veel werk te verzetten voor pensioenstelsel

Het gaat nog om een principeakkoord. De vakbonden leggen deze voor aan hun leden. Eind volgende week zal duidelijk zijn of het akkoord volledig gesteund wordt. Een stuurgroep van de Sociaal-Economische Raad (SER) en het kabinet kan dan aan de slag met de uitwerking van een nieuwe pensioenregeling en de overgang naar een nieuw pensioenstelsel. Uiteindelijk moet dit tot wetgeving leiden, waar de Tweede en Eerste Kamer over zullen stemmen. Het kabinet heeft momenteel door de steun van GroenLinks en de PvdA een meerderheid voor de maatregelen. Pas als de plannen ook door beide Kamers zijn, kan de hervorming van het pensioenstelsel daadwerkelijk plaatsvinden.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina: