Filter op categorieën

Nieuws

Nieuwsbrief oktober – Cybercriminaliteit, parameter voor loonheffingen en spoedwet fiscale eenheid

In deze nieuwsbrief:


Mkb moet aan de bak in strijd tegen cybercriminaliteitCybercriminaliteit

Ondanks alle aandacht voor cybercriminaliteit blijkt er voor het Nederlandse mkb op dat gebied nog werk aan de winkel. Volgens het Centraal Planbureau (CPB) neemt het mkb minder vaak maatregelen om de digitale veiligheid te verbeteren dan grote ondernemingen. Mkb’ers lopen volgens het CPB nu ‘onnodige risico’s’.

De digitale wereld is ongekend populair onder criminelen. Alleen al de zogeheten DDoS-aanvallen die computersystemen van banken lamleggen maken duidelijk dat er voor Nederland ook grote economische belangen gemoeid zijn met het aanpakken van cybercriminaliteit. Daarom stellen de rekenmeesters van het CPB sinds 2016 elk jaar een rapport op over hoe het is gesteld met de digitale veiligheid in ons land.

Extra geld om ondernemers te ondersteunen

In het algemeen is dat beeld best goed. Zo zijn Nederlandse websites in vergelijking met andere landen goed op dreef met het toepassen van versleutelingsstandaarden. Het kabinet trekt ook extra geld uit voor digitale veiligheid. Zo is op Prinsjesdag bekendgemaakt dat het ministerie van Economische Zaken jaarlijks € 5 miljoen beschikbaar heeft om ondernemers te ondersteunen.
Maar het blijft een ‘wapenwedloop’, schrijft het CPB. De criminelen worden steeds gewiekster, de phishing-mails sluwer en de malware (tool) slimmer. Ook blijft cybercriminaliteit vaak onbestraft en doen burgers en ondernemers minder snel aangifte van deze delicten dan van andere criminaliteit.

Vaker versleuteling data bij grote onderneming

Uit het onderzoek blijkt dat het mkb een achterstand heeft ten opzichte van grote ondernemingen. Daarom lopen mkb’ers volgens het CPB risico’s die makkelijk in te dammen zijn door meer beveiligingsmaatregelen te nemen. Grote ondernemingen kiezen bijvoorbeeld vaker voor het versleutelen van data of ze laten werknemers verplicht inloggen met een ‘token’. Dat kan een apart kastje zijn (zoals veel banken ook gebruiken voor internetbankieren) of bijvoorbeeld een beveiligde app op de smartphone. Of het verschil in beveiliging komt door ‘een rationele kosten-batenafweging’ of door een kennisachterstand, heeft het CPB niet kunnen achterhalen.
Extra maatregelen zijn echter geen overbodige luxe, zo stelt het rapport, want in 2016 kreeg 15% van de ondernemingen met 10 tot 20 werknemers te maken met een cyberaanval.


LoonheffingenAanpassing parameterwaarden voor loonheffingen 2019

De definitieve parameterwaarden voor de loonheffingen 2019 worden uiterlijk op 22 november 2018 aan de softwareleveranciers aangeleverd. Een dag na de geplande stemmingen over het Belastingplanpakket 2019 in de Tweede Kamer start bij de Belastingdienst de verwerking van de parameterwaarden. Dit schrijft staatssecretaris Snel van Financiën in de Parameterbrief Belastingdienst 2018.

Wijzigingen voor de loonheffingen moeten vaak worden verwerkt in de software van externe leveranciers die de aangepaste software leveren aan werkgevers die weer op tijd hun loonadministratie op orde moet brengen. De Belastingdienst is hierover in nauw contact met de softwareleveranciers.

Met de parameterbrief geeft de Belastingdienst inzicht in de doorlooptijden van wijzigingen van parameters en andere wijzigingen in het systeemlandschap van de Belastingdienst.

Parameters

De meeste bedragen en percentages waarmee de Belastingdienst werkt zijn parameters. Voor de loon- en inkomstenbelasting valt te denken aan: de tariefpercentages voor de belastingschijven, de lengte van de belastingschijven, en de bedragen en percentages van heffingskortingen.

Loonheffingen

Wijzigingen loonbelastingtabellen per 1 januari – uiterste datum: 22 november, in de praktijk: cijfers na stemmingen Tweede Kamer (bij een regulier Belastingplantraject).

Bij wijzigingen ná 22 november moet tussentijds per 1 april een nieuwe set loonbelastingtabellen worden uitgebracht.

Inkomstenbelasting niet-winst

De voorlopige aanslagen (zowel de massaal opgelegde als de zelf aangevraagde) – uiterste datum: 22 november, in de praktijk: cijfers na stemmingen Tweede Kamer (bij een regulier Belastingplantraject)

Inkomstenbelasting winst

Aanpassing tarieven en schijfhoogtes IH-winst (zowel de massaal opgelegde als de zelf aangevraagde) –  uiterste datum: 22 november, in de praktijk: cijfers na stemmingen Tweede Kamer (bij een regulier Belastingplantraject).

Gegevensset

Beperkte wijzigingen op de gegevensset voor de loonheffingen – voorbereidingsperiode: 6 maanden

Rubriekswijzigingen in de gegevensset voor de loonheffingen – voorbereidingsperiode 9 maanden

Vaak kunnen rubriekswijzigingen die op 1 april van het jaar voorafgaand (t-1) bekend zijn, per 1 januari daaropvolgend worden doorgevoerd. Na 1 april worden in principe alleen nog wijzigingen op de gegevensset doorgevoerd op grond van wet- en regelgeving.

Met de softwareleveranciers, UWV en CBS is de afspraak gemaakt dat zij de conceptspecificaties voor de loonaangifte voor het volgende belastingjaar uiterlijk op 1 juli van het jaar voorafgaand (t-1) ontvangen.

Structuurwijziging

Voor ingrijpende wijzigingen is een langer voorbereidingstraject nodig. De introductie van een nieuwe tegemoetkoming in het kader van de Wet Tegemoetkomingen Loondomein (WTL) is een structuurwijziging voor de loonaangifte. Daarvoor gelden de hiervoor genoemde termijnen.


Ingangsdatum spoedwet fiscale eenheid verschuift naar 2018Spoedwet

Het kabinet verschuift de ingangsdatum voor de spoedwet rond de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting (VPB). In plaats van 25 oktober 2017 wordt dat 1 januari 2018. Daardoor hoeven bv’s de spoedreparatie nog niet te verwerken in de aangifte VPB over 2017.

De fiscale eenheid VPB is een populaire constructie in Nederland. Ondernemingen binnen de eenheid kunnen winsten en verliezen onderling verrekenen en hoeven bijvoorbeeld ook maar één gezamenlijke aangifte voor de VPB in te dienen.

Binnenlandse fiscale eenheid raakt voordelen kwijt

De eerder aangekondigde spoedreparatie is het gevolg van een arrest van het Europese Hof van Justitie. Dit heeft geoordeeld dat de Nederlandse fiscale eenheid voor de VPB discrimineert. Want buitenlandse ondernemingen kunnen geen fiscale eenheid vormen en dus ook niet profiteren van de voordelen die zo’n constructie biedt.
Naar aanleiding van het arrest heeft het kabinet een spoedreparatie opgetuigd. Die komt erop neer dat bepaalde voordelen ook voor puur binnenlandse fiscale eenheden vervallen. Daardoor kan het voorkomen dat ondernemingen bijvoorbeeld minder rente in aftrek kunnen brengen en dus méér VPB moeten afdragen.

Ingangsdatum nu 1 januari 2018

Nu duikt de spoedwet rond de fiscale eenheid plots op in de maatregelen die het kabinet neemt met het vrijgekomen geld van de dividendbelasting. Aan de spoedwet zelf verandert in deze plannen niets, maar wel aan de terugwerkende kracht van de wet. Die stond eerst op 25 oktober 2017, 11:00 uur, het tijdstip dat de advocaat-generaal van het Europese Hof als eerste concludeerde dat de fiscale eenheid zou discrimineren.
Het kabinet maakt van de ingangsdatum nu 1 januari 2018. Dat scheelt ondernemingen rekenwerk. Want zo hoeven ze niet voor een deel van 2017 te rekenen met het ‘oude’ regime en voor het deel na 25 oktober met het nieuwe regime. Ondernemingen die al een aangifte VPB over 2017 hadden ingediend, zullen een correctie moeten indienen.


TransitievergoedingTransitievergoeding als werkgever arbeidsovereenkomst beëindigt

Een transitievergoeding is verschuldigd als het initiatief van het einde van de arbeidsovereenkomst bij de werkgever ligt. Dat oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Een werkneemster is op 4 mei 2015 op basis van een arbeidsovereenkomst (uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd), in dienst getreden bij de werkgever. De uitzendovereenkomst had de duur van één jaar en is daarna voor dezelfde duur tweemaal verlengd, en eindigt van rechtswege op 27 maart 2018.

Bij brief van 14 februari 2018 is het einde van de arbeidsovereenkomst aangezegd aan de werkneemster. In de periode na de aanzegging zijn door de werkgever aan de werkneemster diverse functies met dezelfde arbeidsvoorwaarden aangeboden.

Wat zegt werkneemster?

De werkneemster verzoekt de kantonrechter de werkgever te veroordelen om de verschuldigde transitievergoeding te betalen. Zij voert daartoe aan dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen ten minste 24 maanden heeft geduurd en dat de arbeidsovereenkomst na einde van rechtswege op initiatief van de werkgever niet is voortgezet. Het einde van de arbeidsovereenkomst is namelijk aangezegd. Daarom maakt zij aanspraak op een transitievergoeding.

Wat zegt werkgever?

De werkgever stelt dat het verzoek tot betaling van de transitievergoeding moet worden afgewezen. De werkgever laat weten voorafgaand aan de einddatum van de arbeidsovereenkomst diverse functies aan de werkneemster te hebben aangeboden, waardoor de aanzegging volgens het bedrijf inhoudelijk is gewijzigd. De werkneemster heeft de voorstellen echter afgewezen, zodat zij er zelf voor heeft gekozen om geen nieuwe arbeidsovereenkomst te sluiten. De arbeidsovereenkomst is daardoor op initiatief van de werkneemster niet voortgezet. Een grondslag voor toekenning van een transitievergoeding ontbreekt dan ook, aldus de werkgever.

Wat zegt rechter?

Uit de wettekst van artikel 7:673 BW volgt dat uitgangspunt moet zijn dat een transitievergoeding is verschuldigd wanneer het initiatief van het einde van de arbeidsovereenkomst uitgaat van de werkgever. In deze zaak heeft de werkgever bij brief van 14 februari 2018 het einde van de arbeidsovereenkomst aangezegd per 27 maart 2018. Daarom moet ervan uit worden gegaan dat het initiatief tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst kwam van de werkgever.

Aanzegging is leidend

Alhoewel de werkgever aanvoert, hetgeen overigens is betwist door de werkneemster, dat zij in de periode na de aanzegging meerdere functies aan de werkneemster heeft aangeboden, zodat de aanzegging inhoudelijk is gewijzigd, betekent dat niet dat daardoor het initiatief tot einde van de arbeidsovereenkomst bij de werkneemster is komen te liggen. De aanzegging van het einde van de arbeidsovereenkomst lag op dat moment al bij de werkneemster. Die aanzegging is leidend en het aanbieden van andere functies voor het einde van de arbeidsovereenkomst maakt niet dat daarmee de aanzegging is komen te vervallen.

De werkneemster heeft recht op een transitievergoeding van € 1.089,78 bruto. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van het netto equivalent daarvan.

Deel deze pagina:

Kosten voor jeugdzorg drukken zwaar op de budgetten van gemeenten

jeugdzorgVorig jaar hebben gemeenten 724 miljoen meer uitgegeven aan het sociaal domein dan begroot. Dat blijkt uit gemeentelijke jaarrekeningen. Vooral de kosten voor jeugdzorg drukken zwaar op de budgetten van gemeenten. Jeugdzorg slokt het grootste deel van de uitgaven voor het sociaal domein op.

Dat blijkt uit een analyse van de jaarrekeningen van gemeenten 2017 door Divosa, de vereniging van leidinggevenden in het sociaal domein. Gemeenten hebben vorig jaar 724 miljoen euro (4,4 procent) meer uitgegeven aan het sociaal domein dan begroot. Aan de Wmo werd 122 miljoen euro meer uitgeven dan begroot en aan werk en inkomen 76 miljoen euro. Koploper in de uitgaven van gemeenten is jeugdhulp: daar werd in 2017 605 miljoen euro uitgegeven.

Budgetoverschrijdingen

Opmerkelijk is dat uit de analyse blijkt dat de budgetoverschrijdingen van gemeenten voor het sociaal domein worden gedekt door een hogere uitkering uit centrale gemeentepot: het gemeentefonds. Verder blijken gemeenten te bezuinigen op uitgaven aan andere beleidsterreinen. Uit de analyse van Divosa blijkt dat inmiddels 61 procent van de gemeentelijke uitgaven naar het sociaal domein gaan. Dat is meer dan in 2015, toen was dat nog 56 procent.

Jeugdzorg

Voor de overschrijding op jeugdzorg van ruim 600 miljoen vindt Divosa geen eenduidige verklaring. Divosa-voorzitter Erik Dannenberg geeft enkele mogelijke verklaringen: de autonome groei van de zorgvraag, de inzet op preventie en misschien ook de manier waarop gemeenten de jeugdzorg vormgeven en inkopen.

Meer tijd nodig

‘Maar beter is’, zegt Dannenberg, ‘om alle denkbare verklaringen te onderzoeken. Laten we internationaal eens vergelijken hoe het beroep op jeugdzorg is. Mogelijk werken we naar een normaal niveau van zorg toe. Maar het kan ook zijn dat gemeenten meer tijd nodig hebben om de kunst in de vingers te krijgen.’

Onderzoek

Divosa wil dat er beter zicht komt op oorzaken van de groeiende uitgaven aan jeugdzorg. Zowel landelijk als op lokaal niveau. Ter aanvulling start Divosa dit najaar ook een eigen onderzoek: ‘Samen zicht op de uitgaven in het Sociaal Domein’.

Bron: www.zorgenwelzijn.nl

Deel deze pagina:

Kabinet: elektrische auto wordt het nieuwe normaal

elektrische autoHet kabinet zet de komende jaren in op de elektrische auto voor zowel zakelijk als persoonlijk gebruik. Dat staat in de kabinetsreactie op het voorstel voor hoofdlijnen van een Klimaatakkoord.  

“Het kabinet hecht aan de afspraken uit het regeerakkoord van 100% nul-emissie nieuwverkoop vanaf 2030 en de uitfasering van fiscale stimulering wanneer elektrisch het nieuwe normaal wordt.”  

Het voorgestelde plan om elektrische personenauto’s versneld in te voeren, onderschrijft het kabinet. Het voorzetten van de huidige maatregelen is daarvoor komende jaren van belang. 

Varianten en oplossingen

Het kabinet verzoekt de Mobiliteitstafel om verschillende varianten voor concrete dekking binnen het autodomein uit te werken, maar vraagt ook om oplossingen aan te dragen die niet alleen via de fiscaliteit zorgdragen voor de stimulering van elektrische auto’s en de ambitie dat alle nieuwe auto’s in 2030 emissieloos zijn.  

Elektrisch rijden is nu vrijwel alleen toegankelijk voor de zakelijke markt. Het kabinet vindt het belangrijk dat schone auto’s beter toegankelijk worden voor iedereen, ook in de tweedehandsmarkt. Het kabinet wil de maatregelen die daarvoor door de tafel zijn genoemd uit te werken.  

Afbouw fiscale stimulans

Aangezien de markt zich snel ontwikkelt, is volgens het kabinet de fiscale stimulering voor de zakelijke markt stapsgewijs af te bouwen. Bij de fiscale herziening rond 2025 zal de ingroei van elektrisch rijden als “het nieuwe normaal” worden meegenomen.  

Afspraken in Autobrief

De afspraken over maatregelen en dekking worden voor de gehele periode tot en met 2030 vastgelegd in het Klimaatakkoord en de Autobrief III (wettelijke verankering). Een evenwichtige lastenverdeling is daarbij van belang.  

Naast deze maatregelen dragen ook afspraken met werkgevers en leasemaatschappijen over het schoner maken van hun wagenpark bij aan het halen van de doelstellingen. Zij leveren hiermee een bijdrage aan minder CO2-uitstoot.  

Er komt een Nationale Agenda Laadinfrastructuur, in samenspraak met alle partijen, waarbij gekeken wordt of en hoe de dubbele belasting op slim laden te sturen is.  

Bron: Over Salaris.nl

Deel deze pagina:

Tweede Kamer is voor zes weken geboorteverlof

GeboorteverlofHet wetsvoorstel Invoering extra geboorteverlof (WIEG) is behandeld in de Tweede Kamer. De Kamer is voor invoering van de WIEG, die de rechten van een werknemer na de geboorte van een kind fors uitbreidt.

De WIEG regelt dat het huidige kraamverlof wordt vervangen door het geboorteverlof (per 1 januari 2019) en aanvullend geboorteverlof (per 1 juli 2020). Het geboorteverlof duurt maximaal eenmaal de wekelijkse arbeidsduur. De werkgever moet de werknemer tijdens dit verlof volledig doorbetalen. Het aanvullend geboorteverlof duurt maximaal vijfmaal de wekelijkse arbeidsduur. UWV betaalt tijdens dat verlof een uitkering aan de werknemer, ter hoogte van 70% van zijn dagloon (tot 70% van het maximumdagloon). Een wenselijke wijziging, zo vindt vrijwel de gehele Tweede Kamer. Al zien enkele linkse oppositiepartijen liever dat het verlof nog verder wordt uitgebreid. Volgende week stemt de Tweede Kamer over de WIEG, waarna het wetsvoorstel naar de Eerste Kamer gaat.

Voor zzp’ers geen geboorteverlof

Het wetsvoorstel regelt geen (aanvullend) geboorteverlof voor zzp’ers. Enkele Kamerleden gaven aan dit onterecht te vinden. Een mogelijk ongewenst effect is dat het voor werkgevers aantrekkelijker wordt om met zzp’ers te werken. In een reactie hierop stelde minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat het lastig is om te controleren of een zzp’er tijdens de verlofperiode daadwerkelijk van het verlof gebruikmaakt. Een zzp’er is ook flexibeler in het verschuiven van werk.

Naast geboorteverlof ook een rouwverlof

Verder diende SGP-Kamerlid Stoffer nog een amendement in, waarin hij voorstelt het aanvullend geboorteverlof te beperken tot een week. Het geld dat hierdoor vrijkomt kan het kabinet gebruiken om een betaalde rouwverlofregeling op te zetten. Een overlijden is immers net als een geboorte een ingrijpende gebeurtenis in het leven van een werknemer, zo beargumenteert de SGP. Minister Koolmees heeft echter aangegeven dat de regering van mening is dat een wettelijke regeling voor rouwverlof onvoldoende zal kunnen inspelen op de persoonlijke behoeften van een werknemer die met een sterfgeval te maken heeft. Een wettelijk rouwverlof lijkt dus (voorlopig) niet aan de orde.

Bron: Rendement

Deel deze pagina:

Nieuwsbrief september – Prinsjesdag, kraamverlof, Google now en meer

In deze nieuwsbrief:


Vragen over: de uitbreiding van het kraamverlofGeboorteverlof

In het voorstel voor de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG) is geregeld dat werknemers van wie de partner bevallen is recht krijgen op langer kraamverlof (in de nieuwe wet geboorteverlof genoemd). Wat zijn de voorwaarden van deze nieuwe regeling?

Door de invoering van de WIEG krijgen werknemers straks recht op éénmaal de wekelijkse arbeidsduur geboorteverlof. Een fulltime werknemer heeft dan dus recht op vijf dagen geboorteverlof na de bevalling van zijn partner. Daarna kan de werknemer nog aanvullend geboorteverlof opnemen. Dit aanvullende verlof bedraagt vijfmaal de wekelijkse arbeidsduur. Een fulltime werknemer kan dan dus in totaal zes weken verlof opnemen. Overigens moeten de Tweede en Eerste Kamer nog over de WIEG stemmen. Het voorstel ligt op dit moment bij de Tweede Kamer.

Valt de dag van de bevalling ook onder het geboorteverlof?
Nee, op de dag van de bevalling kan de werknemer calamiteitenverlof opnemen. Na de dag van de bevalling kan het geboorteverlof starten. De werknemer moet het geboorteverlof binnen vier weken vanaf de eerste dag na de bevalling opnemen. Hij kan dit verlof ook spreiden. Werkt hij bijvoorbeeld normaal gesproken niet op de eerste dag na de bevalling, dan kan hij het verlof op een andere dag opnemen, zolang het binnen de periode van vier weken valt. Overigens geldt nu ook al dat een werknemer op de dag van de bevalling recht heeft op calamiteitenverlof en dat hij geen kraamverlof hoeft op te nemen.

Kan de werknemer het aanvullend geboorteverlof ook spreiden?
Ja, de werknemer kan het aanvullend geboorteverlof spreiden binnen een periode van zes maanden na de eerste dag van de bevalling. Een werknemer die vijf dagen per week werkt kan dus volledig verlof opnemen voor zes weken (geboorteverlof én aanvullend geboorteverlof), maar ook 15 weken verlof inroosteren voor twee dagen per week. Overigens mag de werkgever de spreiding van het aanvullend geboorteverlof weigeren als hij hiervoor een zwaarwegende reden heeft. Wel moet de werkgever er dan voor zorgen dat de werknemer het verlof op een andere manier kan opnemen.

Hoe verloopt de aanvraag van de uitkering voor het aanvullend geboorteverlof?
Tijdens het geboorteverlof moet de werkgever het loon van de werknemer volledig doorbetalen. Tijdens het aanvullend geboorteverlof ontvangt de werknemer een uitkering van 70% van zijn dagloon (tot 70% van het maximumdagloon). De uitkering van UWV verloopt via de werkgever, net zoals nu bij de zwangerschaps- en bevallingsuitkering het geval is.

Wanneer gaan de maatregelen in?
Als de Tweede en Eerste Kamer met de WIEG instemmen, krijgt de werknemer naar verwachting per 1 januari 2019 recht op geboorteverlof. Het aanvullend geboorteverlof treedt pas anderhalf jaar later in werking, per 1 juli 2020.

Google now


Google Now denkt met u mee

Google Now is in de markt gezet als een ‘intelligente personal assistent’. Door het gedrag van de gebruiker te analyseren zou deze assistent moeten kunnen voorspellen welke informatie de gebruiker nodig heeft nog voor deze er zelf om vraagt.

In de app van Google Now stelt u uw voorkeuren en interesses in. Daarna voorziet Google u dagelijks van voor u relevante informatie. Gaat u vaak op zakenreis, dan wilt u wellicht graag snel toegang tot vluchtgegevens, hotels en restaurants op de plaats van bestemming. Met Now kan dat in één app overzichtelijk bij elkaar. Daarnaast zal Google u automatisch op de hoogte houden van files, bijvoorbeeld op weg naar uw bestemming.

Niet meer zelf opzoeken

Doordat Google Now meedenkt in diverse dagelijkse details bespaart u tijd. U hoeft het immers niet zelf op te zoeken. Niet meer eerst internet afspeuren of vijf apps moeten openen om alle nodige informatie te verzamelen. Doordat Now ook met de stem te besturen is, kunt u hem ook handsfree gebruiken als u onderweg bent. Now kan uw assistent zijn met:

  • Het geven van reisinformatie.
  • Laten zien van bezienswaardigheden in de buurt.
  • Verkeersinformatie, waar ter wereld u ook bent.
  • Weersverwachting voor de komende dagen.
  • Reserveren bij een restaurant, hotel of bioscoop.
  • Herinneren aan gemaakte afspraken door integratie met Google agenda.

Ook is Now geschikt voor het dicteren van notities, het onthouden waar uw auto geparkeerd staat, of met het snel inchecken bij KLM. Doordat Google Now een intelligente app is neemt hij veranderingen in uw gedrag of gewoontes waar en past zich daarop aan. Zo blijft hij optimaal voor uw werken. Google Now is beschikbaar voor Android en iOS.

Afschaffing aftrek scholingsuitgaven is weer doorgeschoven

In de nota van wijziging op het wetsvoorstel fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing is opgenomen dat de afschaffing van de aftrek van scholingskosten uit dit wetsvoorstel is gehaald. De maatregel zal later terugkomen in een nog nader te bepalen wetsvoorstel.

In de nota op wijziging op wetsvoorstel fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing, dat staatssecretaris Snel van Financiën naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, is opgenomen dat de fiscale aftrek voor onderhoud aan rijksmonumentenpanden per 1 januari 2019 wordt afgeschaft en naar een subsidieregeling wordt omgezet. In het wetsvoorstel was ook de eventuele afschaffing van de fiscale aftrek voor scholingskosten opgenomen.

Vervangen door individuele leerrekening

In het regeerakkoord was opgenomen dat het kabinet de fiscale aftrek voor scholingsuitgaven wilde vervangen door een individuele leerrekening. Dit plan bestaat nog steeds maar omdat de uitwerking van de maatregel een uitgebreid voorbereidingstraject met veel overleg tussen partijen vergt, is in de nota van wijziging opgenomen dat de afschaffing van de aftrek uit het wetsvoorstel wordt gehaald. Deze maatregel zal later terugkomen in een nog nader te bepalen ander wetsvoorstel.

Prinsjesdag


Dit betekent Prinsjesdag 2018 voor je portemonnee

Het regent altijd cijfers op Prinsjesdag, daarom zet NU.nl op een rij wat jij volgend jaar gaat merken van de kabinetsplannen.

Niet alle veranderingen die in dit artikel genoemd worden zijn definitief. Over een aantal voorstellen moet nog gestemd worden.

Een deel van wat je volgend jaar zou kunnen gaan merken, was al vastgelegd in het regeerakkoord van 2017. Ook daarvoor geldt dat er nog dingen kunnen veranderen.

Inkomen

  • Gemiddeld genomen valt de koopkracht volgend jaar naar verwachting 1,5 procent hoger uit dan dit jaar. Zo’n 96 procent van de huishoudens zou het in 2019 beter krijgen dan in 2018. Alle inkomensgroepen gaan er volgend jaar meer op vooruit dan verwacht, maar de laagste inkomens profiteren het minst.
  • Voor werkenden wordt een plus van 1,6 procent voorzien en gepensioneerden gaan er 1,5 procent op vooruit. Uitkeringsgerechtigden zien hun koopkracht waarschijnlijk minder hard toenemen (0,9 procent).
  • In het regeerakkoord was al afgesproken dat het aantal belastingschijven van vier naar twee gaat. Er komt per 2021 een basistarief van 37,05 procent en een toptarief van 49,5 procent voor het inkomen boven 68.507 euro. In het regeerakkoord van 2017 werd nog gesproken over een basistarief van 36,93 procent, dit is dus later naar boven bijgesteld.
    De nieuwe schijven zullen vanaf 2019 in fases worden ingevoerd. Volgend jaar is het tarief in de huidige eerste schijf 36,65 procent en in de tweede en derde schrijf 38,1 procent. Het nieuwe stelsel is voordelig voor mensen met een inkomen boven 20.000 euro. Iemand die volgend jaar 35.000 euro verdient, zal er 380 euro op vooruit gaan. Na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd gelden er andere tarieven.
  • Verder stijgt de algemene heffingskorting, een korting op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Deze heffing is er voor iedereen die in Nederland woont en loonbelasting of inkomstenbelasting betaalt. Hoe minder je verdient, hoe meer korting je krijgt. In 2019 krijgen mensen over hun inkomen tot 50.000 euro meer korting en hoeven ze dus minder belasting te betalen. Hun besteedbaar inkomen kan met maximaal 184 euro toenemen.

Werken

  • Dan is er nog een voordeel voor werknemers en zelfstandigen die tussen de 20.000 en 60.000 euro per jaar verdienen. Hun arbeidskorting stijgt en daardoor houden ze meer over van hun loon. Een werknemer met een inkomen van 35.000 euro zou hierdoor volgend jaar 85 euro meer overhouden. Een ander met een inkomen van 65.000 euro zou juist 653 euro minder overhouden dan in 2018.
  • Ook wil het kabinet de fiscale regels voor een fietselektrische fietsof speedpedelec van de zaak vereenvoudigen. Er zal vanaf 2020 een bijtellingspercentage van 7 gelden voor privégebruik van een bedrijfsfiets. De werknemer moet dan 7 procent van de waarde van de adviesprijs bij het eigen inkomen optellen. Een werknemer met een inkomen van 35.000 euro en een elektrische fiets van 2.000 euro zal volgend jaar 59 euro aan belasting moeten betalen voor het gebruik van de fiets.
  • Vrijwilligers kunnen volgend jaar een hogere onbelaste onkostenvergoeding ontvangen. Dit bedrag gaat omhoog naar 1.700 euro per jaar of 170 euro per maand. Het maximum was 1.500 euro per jaar of 150 euro per maand. Het kan daarbij ook gaan om een tegemoetkoming in natura. Over deze vergoeding hoeven vrijwilligers dan geen belasting te betalen.

Belastingen

  • Nederlanders zullen vanaf 1 januari 2019 meer btw moeten betalen voor producten en diensten die onder het lage tarief vallen. Dit btw-tarief gaat per 2019 omhoog van 6 naar 9 procent. Hierdoor zullen de boodschappen, boeken, een bezoek aan de kapper en een rit met de trein dus iets duurder uitvallen. Het kabinet gaat ervan uit dat een huishouden hier volgend jaar zo’n 300 euro meer aan kwijt zal zijn.

Kinderen

  • Vaders en partners krijgen vanaf 2019 langer betaald kraamverlof. Het aantal dagen geboorteverlof zou dan van twee naar vijf gaan. Over dit voorstel moet nog worden gestemd.
  • Gezinnen met kinderen kunnen een hogere kinderbijslagverwachten. Ouders met twee kinderen op de basisschool zullen 150 euro meer ontvangen. Het gaat om een stijging van 85 euro per gezin.
  • Ook de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget zullen stijgen.

Zorg

  • Het kabinet verwacht verder dat Nederlanders in heel 2019 zo’n 1.432 euro kwijt zullen zijn aan hun zorgpremie. Daarmee zou een basisverzekering volgend jaar 124 euro duurder zijn dan dit jaar. Uiteindelijk bepalen de zorgverzekeraars zelf of en in welke mate de premies voor de basisverzekeringen en aanvullende verzekeringen verhoogd worden. Dit moeten de verzekeraars uiterlijk in november bekendmaken.
  • Voor veel mensen zal ter compensatie ook de zorgtoeslag stijgen. Alleenstaanden kunnen in 2019 maximaal 1.233 aan zorgtoeslag ontvangen, dat is 94 euro meer dan dit jaar. Voor huishoudens met meerdere personen gaat de zorgtoeslag met maximaal 281 euro omhoog naar 2.402 euro.
  • Het verplichte eigen risico blijft op 385 euro staan. De hoogte van dit bedrag is tot en met 2021 bevroren.
  • Er verandert iets voor mensen die van Wmo-voorzieningen gebruikmaken. Het systeem van eigen bijdragen voor ondersteuning wordt per januari vervangen door een abonnementstarief. Zij gaan dan 19 euro per maand betalen in plaats van een eigen bedrage per vorm van ondersteuning.
  • Mensen die gebruikmaken van langdurige zorg, zoals ouderen in verpleeghuizen, hoeven minder op hun vermogen in te teren voor het betalen van eigen bijdragen. Een kleiner deel van hun vermogen wordt namelijk meegeteld voor het bepalen van de hoogte van de eigen bijdrage. De zogenoemde vermogensinkomensbijtelling voor de eigen bijdrage in de Wlz wordt gehalveerd naar 4 procent van het vermogen.

Wonen

  • Verder gaat de belasting op aardgas omhoog en de belasting op elektriciteit juist omlaag. Het tarief per kubieke meter aardgas stijgt met 3 eurocent. En het tarief per kilowattuur elektriciteit daalt met 0,72 eurocent. Het gaat om de tarieven van de eerste schijven. De meeste huishoudens vallen met hun energieverbruik binnen de eerste schijf.
  • De energiebelasting per elektriciteitsaansluiting wordt met een specifiek bedrag verlaagd. Deze belastingvermindering is 308,54 euro, maar zal verlaagd worden naar 257,54 euro.
  • Het kabinet verwacht dat een huishouden met een gemiddeld energieverbruik volgend jaar ongeveer 130 euro meer aan energiebelastingen kwijt zal zijn dan in 2018.

Toch geen bezuiniging op subsidieregeling praktijklerensubsidie

De Tweede Kamer heeft unaniem een motie aangenomen waarin wordt verzocht om de bezuiniging op de subsidieregeling praktijkleren te schrappen. Die maatregel was aangekondigd op Prinsjesdag.

Op Prinsjesdag meldde het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in de begroting voor 2019 dat de subsidieregeling praktijkleren voor één jaar wordt voortgezet. Maar het totale subsidiebudget zou wel met € 19,5 miljoen worden gekort om een tegenvaller elders in de begroting te dekken. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen 2018 diende Kamerlid Asscher van de PvdA hiertegen een motie in. Die verzocht de begroting van het ministerie van OCW met € 19,5 miljoen te verhogen. Alle partijen in de Tweede Kamer, dus ook de coalitiepartijen, steunden de motie.

Vervallen van bezuiniging goed voor bedrijfsleven en onderwijs

Om de begroting van OCW met € 19,5 miljoen te verhogen, moet op een andere plek in de Rijksbegroting geld worden weggehaald. Het is nog niet duidelijk waar het geld vandaan moet komen. Voor werkgevers en het beroepsonderwijs lijkt het bericht in ieder geval goed nieuws. De werkgeversorganisaties deden al meerdere keren hun beklag over de bezuiniging. Er zou juist meer geld beschikbaar moeten komen voor de subsidie, die belangrijk is voor het aanbod van leerbanen en daarmee ook de arbeidsmarkt. De Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven geeft aan dat er evengoed zorgen over de subsidie praktijkleren blijven bestaan. Zo is de regeling voor maar één jaar verlengd, terwijl een meerjarige verlenging meer helderheid en perspectief biedt.


Bronnen van deze nieuwsbrief: Rendement, Boschland accountants en Nu.nl

Deel deze pagina: