Filter op categorieën

Nieuws

Administreer de zorgbonussen aan niet-werknemers

BonusVoor de zorgbonus aan niet-werknemers is in het Belastingplan 2021 een uitbreiding van de eindheffingsregeling voor verstrekkingen aan derden voorgesteld. Maakt de werkgever hiervan gebruik, dan is een extra administratie verplicht.

Zorgprofessionals en ondersteunend personeel die in hun werk direct of indirect de gevolgen van de uitbraak van het coronavirus hebben ondervonden, ontvangen een bonus van € 1.000 netto vanuit de Subsidieregeling bonus zorgprofessional COVID-19. De regeling verplicht werkgevers om de zorgbonus vóór de uitbetaling, voor hun eigen werknemers aan te wijzen als eindheffingsloon. Voor niet-werknemers, zoals zelfstandigen en extern ingehuurd schoonmaakpersoneel, heeft het kabinet gekozen voor een vergelijkbare fiscale behandeling. In het Belastingplan 2021 is daarom voorgesteld dat een werkgever de bonussen van niet-werknemers ook als eindheffingsbestanddeel in aanmerking neemt. Hiervoor wordt de bestaande eindheffingsregeling voor de verstrekkingen aan derden uitgebreid. De uitbreiding is nodig omdat de bonus een geldbedrag is en dus geen verstrekking.

Eindheffing van 75% over de bonus

De werkgever neemt de bonus aan niet-werknemers in aanmerking als eindheffingsbestanddeel en is dan eindheffing verschuldigd. Het voorgestelde eindheffingstarief over de bonussen voor niet-werknemers is 75%: gelijk aan het tarief dat nu al geldt voor een verstrekking van meer dan € 136 aan niet-werknemers. Belangrijk is dat de werkgever voor deze niet-werknemers een afzonderlijke administratie bijhoudt waaruit blijkt aan wie de bonus is uitgekeerd. Daarnaast moet de werkgever de zorgprofessionals die de bonus van hen ontvingen schriftelijk meedelen dat over de bonus eindheffing is betaald. Aan deze schriftelijke mededeling zijn geen aanvullende voorwaarden verbonden. Voor de niet-werknemers is in het Belastingplan 2021 geregeld dat de bonus geen belastbaar inkomen of belastbare winst is.

Verstrekking aan anderen dan eigen werknemers

Zorginstellingen kunnen voor de zorgprofessionals die naar hun mening in aanmerking komen voor de bonus een aanvraag indienen bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De bonus voor niet-werknemers – inclusief compensatie voor de verschuldigde eindheffing – zal worden uitbetaald aan de werkgever als is voldaan aan de voorwaarden. De werkgever geeft de verschuldigde eindheffing aan met de aangifte over het loontijdvak waarin de bonus aan de zorgprofessional werd uitbetaald. Het bedrag aan verschuldigde eindheffing moet hij in de loonaangifte aangeven in de rubriek voor verstrekkingen aan anderen dan eigen werknemers, zo staat aangegeven in het Belastingplan.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina:

UWV verruimt regels voor voorzieningen op thuiswerkplek

ThuiswerkenUWV heeft de uitvoering rondom voorzieningen voor de thuiswerkplek versoepeld. Dit maakt het voor werknemers met een structurele functionele beperking mogelijk om ook tijdens corona thuis te werken.

Het advies van de overheid om zoveel mogelijk thuis te werken, geldt ook voor werknemers die vanwege een ziekte of handicap een voorziening nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen, bijvoorbeeld een brailleleesregel. Omdat UWV veel vragen krijgt over voorzieningen op de thuiswerkplek, heeft het uitvoeringsinstituut besloten de regels verruimen. Werknemers komen hierdoor eerder in aanmerking voor een voorziening voor de thuiswerkplek. Vóór corona was dit alleen mogelijk als er een medische noodzaak was om thuis te werken. UWV bekijkt eerst de mogelijkheden om goed thuis te kunnen werken. Kunnen bepaalde voorzieningen bijvoorbeeld meegenomen worden van de werkplek naar de thuiswerkplek? Zo niet, dan kan de klant een aanvraag doen voor een tweede voorziening.

Werknemer vraagt zelf vergoeding aan

Werknemers die vanwege een ziekte of handicap een bepaalde voorziening nodig hebben op de werkplek, kunnen hiervoor een vergoeding aanvragen bij UWV. Ook kan een werkgever die extra kosten maakt om iemand met een arbeidsbeperking in dienst te nemen of te houden, bij UWV in aanmerking komen voor een vergoeding. Het gaat dan om niet-meeneembare voorzieningen, bijvoorbeeld voor een noodzakelijke aanpassing van de werkplek (tool) of in het bedrijfspand. Zogenoemde meeneembare voorzieningen zoals een aangepaste bureaustoel, vraagt de werknemer zelf aan.

Ervaringen verruimde regeling inzetten na corona

UWV zal de ervaringen met de verruimde regeling tijdens corona met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gebruiken voor het ondersteunen van thuiswerken in de toekomst. De verruimde inzet van voorzieningen geldt niet voor werkplekaanpassingen die álle werknemers nodig hebben. Deze vallen onder de verantwoordelijkheid van de werkgever.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina:

Aanvullend geboorteverlof en de WW-premie

geboorteverlofMoet een werkgever de hoge of de lage WW-premie toepassen op het loon van de werknemer die geboorteverlof opneemt? En hoe zit dat met de uitkering van UWV voor het aanvullend geboorteverlof? De Belastingdienst publiceerde onlangs een handreiking met uitleg.

Sinds 1 januari 2019 heeft een partner van een vrouw die net bevallen is recht op 1 maal zijn wekelijkse arbeidsduur geboorteverlof. De werkgever betaalt het loon tijdens dit verlof volledig door en verwerkt dit in de aangifte als regulier loon. Hiervoor geldt daarom dezelfde WW-premie als voor het reguliere loon.

Lage WW-premie voor WAZO-uitkering

Naast het geboorteverlof heeft de werknemer sinds 1 juli 2020 recht op aanvullend geboorteverlof voor maximaal 5 keer zijn wekelijkse arbeidsduur. Hij krijgt tijdens dit verlof een uitkering van UWV van 70% van het dagloon tot maximaal 70% van het maximumdagloon. Deze uitkering valt onder de Wet arbeid en zorg (WAZO). Hiervoor geldt altijd de lage WW-premie. Dit is ook het geval als de werkgever de uitkering van UWV ontvangt en aan de werknemer doorbetaalt (een werkgeversbetaling). Als de werkgever eigenrisicodrager is en de uitkering zelf betaalt, is ook de lage WW-premie van toepassing. Betaalt de werkgever de uitkering voor aanvullend geboorteverlof aan de werknemer voordat hij de werkgeversbetaling van UWV heeft ontvangen? Ook dan geldt de lage WW-premie.

Aanvulling op WAZO-uitkering

Sommige werkgevers vullen de uitkering voor aanvullend geboorteverlof aan tot 100%. Dit staat dan in de cao. Als een werkgever zo’n aanvulling betaalt, moet dat in de aangifte worden verwerkt als regulier loon. Voor de aanvulling geldt daarom dezelfde WW-premie als voor het reguliere loon. Naast deze handreiking over de premies werknemersverzekeringen, publiceerde de Belastingdienst onlangs ook een uitleg over de verwerking van aanvullend geboorteverlof in de loonaangifte.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina:

Wanneer moet vaste arbeidsduur van oproepkracht ingaan?

Werkgevers die met oproepkrachten werken, krijgen vanaf 2021 te maken met striktere regels voor het jaarlijkse aanbod voor een vaste arbeidsomvang. De Verzamelwet SZW 2021 regelt dat de vaste arbeidsduur uiterlijk na twee maanden moet ingaan.

De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) heeft dit jaar nieuwe regels geïntroduceerd voor oproepwerk. Eén van die regels is dat een werkgever een aanbod voor een vaste arbeidsomvang moet doen aan een oproepkracht als zijn oproepovereenkomst 12 maanden heeft geduurd. Deze arbeidsomvang is minstens gelijk aan het gemiddeld aantal uren waarvoor de werknemer in de afgelopen 12 maanden is opgeroepen. Er komen nieuwe regels voor het aanvaarden van het aanbod door de werknemer en de ingangsdatum van de vaste arbeidsduur. Minister Koolmees van SZW heeft hiervoor een nota van wijziging ingediend bij het wetsvoorstel voor de Verzamelwet SZW 2021.

Oproepkracht moet binnen maand reactie geven

De regels voor het aanbod voor een vaste arbeidsomvang (tool) zijn vastgelegd in artikel 7:628a, lid 5 van het Burgerlijk Wetboek. Daarin staat dat elke keer als de oproepovereenkomst 12 maanden heeft geduurd de werkgever binnen een maand het aanbod moet doen. De termijn voor aanvaarding van het aanbod is ten minste een maand. Die ‘ten minste’ wordt uit de wet gehaald. De werknemer moet dus binnen een maand laten weten of hij op het aanbod ingaat. Hij hoeft het aanbod niet te accepteren. Hij kan ervoor kiezen om zijn contract volledig op oproepbasis voort te zetten.

Vaste arbeidsomvang uiterlijk in ‘15e maand’

Door de maand voor het aanbod én de maand voor de aanvaarding zijn er maximaal 2 maanden nodig om de vaste arbeidsduur te regelen. Het wetsvoorstel bepaalt daarom ook dat de vaste arbeidsomvang uiterlijk ingaat op de 1e dag nadat de 2 maanden zijn verstreken na de 12 maanden waarover de arbeidsduur wordt vastgesteld. Momenteel kan een werkgever nog een aanbod doen waarbij hij voorstelt om de vaste arbeidsduur op een later moment in te laten gaan, bijvoorbeeld na een half jaar. De termijn van 2 maanden gaat vanaf 1 januari 2021 gelden. Wordt het wetsvoorstel pas ná 1 november 2020 in het Staatsblad gepubliceerd, dan wordt de ingangsdatum 1 juli 2021.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina:

Hogere pensioenpremie voor werkgever en werknemer

pensioenpremieWerkgevers en werknemers moeten waarschijnlijk volgend jaar hogere pensioenpremies gaan betalen. De rekenrente gaat namelijk in 2021 omlaag. Hierdoor moeten pensioenfondsen meer geld in kas hebben. Dit kunnen zij voor elkaar krijgen door de pensioenpremies te verhogen of de uitkeringen te verlagen. Een combinatie hiervan is natuurlijk ook mogelijk.

Iedere vijf jaar kijkt de Nederlandsche Bank of de rekenrente die pensioenfondsen moeten gebruiken om te checken of ze nog genoeg geld in kas hebben om in de toekomst de benodigde pensioenuitkeringen te kunnen betalen hoog of laag genoeg is. Voor 2021 is  op advies van een commissie onder leiding van oud-minister Dijsselbloem van Financiën bepaalt dat de rekenrente in 2021 omlaag kan. Hierdoor moeten pensioenfondsen dus meer geld in kas hebben (tool) om aan hun toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. Die kas kan worden aangevuld door de pensioenpremies te verhogen of de pensioenuitkeringen te verlagen. Een combinatie van deze twee is uiteraard ook mogelijk. De kans is dus groot dat de pensioenpremies die werkgevers en werknemers afdragen flink zullen stijgen.

Flinke premiestijging mogelijk

Uit navraag bij de pensioenfondsen door RTL Nieuws blijkt dat de premiestijging flink kan oplopen. Bij het ABP denkt men aan een stijging van 7% maar bij het pensioenfonds Zorg en Welzijn gaat de stijging al richting de 10%. De verwachting is dat vooral kleinere pensioenfondsen flinke premiestijgingen moeten doorvoeren.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina: