Filter op categorieën

Nieuws

Nieuwe bedragen voor reisaftrek inkomstenbelasting

OndernemersvragenAls de werkgever aan werknemers die met het openbaar vervoer naar het werk reizen geen reiskostenvergoeding betaalt, kan de werknemer onder voorwaarden reisaftrek claimen in zijn aangifte inkomstenbelasting.

Werknemers die zelf (een deel van) hun reiskosten voor het openbaar vervoer voor hun rekening nemen voor woon-werkverkeer, hebben onder voorwaarden recht op de reisaftrek in de inkomstenbelasting. Hiervoor komen ze in aanmerking als:

  • de afstand van een enkele reis van hun woning naar het werk met het openbaar vervoer meer dan 10 kilometer is;
  • ze per week meestal 1 dag of meer naar het werk reizen, of op minimaal 40 dagen in een kalenderjaar naar dezelfde werkplek. Alleen reizen die de werknemer binnen 24 uur heen en terug maakt, tellen hiervoor mee;
  • de werknemer een openbaarvervoerverklaring of reisverklaring heeft.

Hoeveel reisaftrek in 2020?

Voor 2020 gelden de volgende aftrekbedragen. Werknemers die maar een deel van het jaar reizen, moeten hier een evenredig deel van nemen.

Meer dan Maximaal 4-7 dagen per week 3 dagen per week 2 dagen per week 1 dag per week
0 km 10 km € 0 € 0 € 0 € 0
10 km 15 km € 463 € 348 € 232 € 116
15 km 20 km € 616 € 462 € 308 € 154
20 km 30 km € 1.028 € 774 € 514 € 257
30 km 40 km € 1.275 € 957 € 638 € 319
40 km 50 km € 1.662 € 1.247 € 831 € 416
50 km 60 km € 1.849 € 1.387 € 925 € 463
60 km 70 km € 2.050 € 1.538 € 1.025 € 513
70 km 80 km € 2.121 € 1.591 € 1.061 € 531
80 km 90 km € 2.150 € 1.613 € 1.075 € 538

Werknemers die een reisafstand van meer dan 90 kilometer afleggen, hebben recht op € 0,24 x de enkele reisafstand x het aantal dagen dat ze die reis in 2020 hebben gemaakt. De maximale aftrek bedraagt in 2020 € 2.150.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina:

Flexibel personeel gelijkgeschakeld met vaste kracht

Vijf financiële instellingen hebben een paar weken geleden een zogenoemde ‘werkcode’ in het leven geroepen. Die moet ertoe leiden dat flexibel personeel voortaan op dezelfde manier behandeld zal worden als vaste medewerkers.

Vier verzekeraars, een bank en drie vakbonden zijn het eens geworden over een zogenoemde werkcode. Deze afspraak moet ertoe leiden dat flexibele krachten zoals payrollers, uitzendkrachten en zzp’ers voortaan gelijkgeschakeld worden met vaste krachten. Om dit te waarborgen, zijn de afspraken vastgelegd in vijf punten:

  • Degenen die hetzelfde werk doen, worden gelijkwaardig beloond en gewaardeerd.
  • Werkenden hebben toegang tot voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen.
  • Werk wordt georganiseerd in duurzame arbeidsrelaties.
  • Goed werkgeverschap is ook goed opdrachtgeverschap.
  • Werken bij een van de betrokken organisaties draagt bij aan het vergroten van arbeidsmarktwaarde van mensen.

Intentie afspraken vast te leggen

Er is wel enige kritiek op de bekendmaking van de werkcode. De vijf punten zouden te vrijblijvend zijn omdat ze vooral een visie weergeven, en geen concrete acties. De vijf bedrijven hebben echter wel de intentie deze vijf afspraken vast te leggen in hun cao. Verder wordt bijvoorbeeld een betere rechtspositie voor payrollers en werkzekerheid voor oproepkrachten (tool) ook al afgedwongen door de Wet arbeidsmarkt in balans, die op 1 januari is ingegaan. Aan de andere kant laten de bedrijven met de code zien dat ze niet gewacht hebben tot maatregelen wettelijk verplicht zijn.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina:

Tewerkstellingsvergunning is straks 3 jaar geldig

tewerkstellingOp internetconsultatie.nl is een voorstel gepubliceerd om de duur van de tewerkstellingsvergunning voor buitenlandse werknemers te wijzigen van 1 jaar naar 3 jaar. Ook wil het kabinet de eisen versoepelen om werknemers in het buitenland te werven.

Voor werkgevers kan het soms lastig zijn om geschikte werknemers te vinden. Een oplossing is om werknemers in het buitenland te werven. In de Wet arbeid vreemdelingen (WAV) zijn veel regels vastgelegd voor het aannemen van buitenlandse werknemers. Voor werknemers die niet uit de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland komen moet de werkgever in bepaalde gevallen een werkvergunning aanvragen. In 2014 heeft het kabinet bij de herziening van de WAV gekozen om de werkvergunning voor ten hoogste 1 jaar te verlenen, maar vanwege de huidige krapte op de arbeidsmarkt wil het kabinet deze periode wijzigen naar 3 jaar.

Werkgever moet eerst kandidaten in Nederland of EER werven

De WAV stelt dat de werkgever eerst moet proberen om werknemers uit Nederland te werven, of uit andere landen van de EER of Zwitserland. Op deze manier wil de wetgever oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt tegengaan. Lukt het de werkgever niet om een geschikte kandidaat te vinden, dan kan hij buiten de EER of Zwitserland gaan zoeken. Werknemers die niet uit de EER of Zwitserland komen hebben een tewerkstellingsvergunning (TWV) nodig als zij korter dan 3 maanden in Nederland komen werken, of een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) bij een verblijf langer dan 3 maanden. De GVVA combineert de verblijfsvergunning en de TWV. De werkgever of werknemer vraagt de TWV aan bij UWV en de GVVA bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

Kabinet wil arbeidsmarkttoets UWV versoepelen

UWV onderzoekt bij de aanvraag van de TWV of GVVA of de werkgever voldoende inspanningen heeft verricht om een werknemer uit Nederland, de EER of Zwitserland te werven en geeft advies aan de IND. Heeft de werkgever te weinig moeite gedaan voor de werving dan kan UWV of IND de aanvraag afwijzen. Het kabinet stelt nu voor om de verplichte afwijzingsgronden van deze arbeidsmarkttoets te versoepelen. Dit geeft UWV ruimte om meer maatwerk te bieden in een krappe arbeidsmarkt. Voor bepaalde sectoren kunnen UWV en IND toch een TWV en GVVA verlenen, ook als de werkgever onvoldoende wervingsinspanningen heeft verricht.
Het conceptwetsvoorstel is gepubliceerd op internetconsultatie.nl.Tot 9 februari 2020 kunnen belangstellenden hierop reageren.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina:

Verschil tussen contracting, uitzending en payrolling

ExterneEen werkgever kan gebruikmaken van verschillende arbeidsconstructies met externe partijen, zoals contracting, uitzending en payrolling. Een nieuwe handreiking verduidelijkt het verschil tussen deze constructies.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft de Handreiking contracting, uitzending en payrolling gepubliceerd. Dit document helpt organisaties om een onderscheid te maken tussen contracting en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, zoals bij uitzending en payrolling. Het maken van dit onderscheid is belangrijk omdat er voor de constructies verschillende regels gelden, bijvoorbeeld op het gebied van beloning. Van welke constructie sprake is, hangt af van de specifieke omstandigheden. In de handreiking heeft het ministerie van SZW een lijst opgenomen met indicatoren die een rol kunnen spelen bij het bepalen van het type constructie.

Uitbesteden van werk bij contracting

Bij contracting besteedt een opdrachtgever werkzaamheden of werkprocessen uit aan een andere organisatie. Deze opdrachtnemer zet voor de activiteiten zijn eigen personeel in. Hij bepaalt zelf hoeveel en welke werknemers hij inzet. Ook heeft de opdrachtnemer leiding en toezicht over het werk. Contracting is juridisch gezien aanneming van werk of een overeenkomst van opdracht.

Payrollbureau werft arbeidskracht niet

Bij het ter beschikking stellen van personeel laat een werkgever tegen betaling een werknemer werken voor een andere organisatie, de inlener. De inlener heeft leiding en toezicht over het werk. Het verschil tussen uitzending en payrolling is dat bij payrolling de inlener zelf de arbeidskracht werft en die arbeidskracht exclusief aan hem ter beschikking wordt gesteld door de payroller. Sinds 1 januari is er door de WAB ook een duidelijk wettelijk verschil tussen uitzending en payrolling.

Contracting staat ter discussie

De handreiking (pdf) is gepubliceerd in het kader van de kabinetsaanpak van misstanden rondom arbeidsmigranten. Onder andere werknemersorganisaties maken zich al langere tijd zorgen over constructies met contracting. De inzet van contracting kan tot ontduiking van cao’s leiden.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina:

Loonbelastingtabellen 2020 beschikbaar via rekenhulp

LoonheffingDe loonbelastingtabellen voor 2020 zijn gepubliceerd in de online rekenhulp van de Belastingdienst. Vanaf 1 januari 2020 moeten werkgevers bij de aangifte loonheffingen aparte loonbelastingtabellen gebruiken voor werknemers die wonen in België, Aruba of Suriname.

Sinds 1 januari 2019 moeten werkgevers aparte loonbelastingtabellen toepassen voor werknemers die niet in Nederland wonen, omdat deze werknemers geen recht meer hebben op het belastingdeel van de loonheffingskorting. In de loonbelastingtabellen is daarom vanaf vorig jaar onderscheid gemaakt op basis van het woonland. Nieuw per 1 januari 2020 zijn aparte tabellen voor inwoners van België, Aruba en Suriname. Zij hebben wél recht op het belastingdeel van de loonheffingskorting.

Keuze uit vijf groepen werknemers

Werkgevers moeten voor de aangifte loonheffingen over 2020 dus kiezen uit vijf groepen werknemers:

  • werknemers die inwoner zijn van Nederland;
  • werknemers die inwoner zijn van België;
  • werknemers die inwoner zijn van een andere lidstaat van de Europese Unie of IJsland, Noorwegen, Liechtenstein, Zwitserland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba (de zogenaamde landenkring);
  • werknemers die inwoner zijn van Suriname of Aruba
  • werknemers die inwoner zijn van een ander land dan de eerdergenoemde.

De witte en groene tabellen voor een aangiftetijdvak (tool) van een maand, kunt u direct downloaden. De complete lijst met loonbelastingtabellen van 2017 tot en met 2020 vindt u via een keuzemenu op de site van de Belastingdienst.

Niet in Nederland woonachtig, wel loonheffingskorting

Naast werknemers uit België, Suriname of Aruba bestaan er nog twee categorieën werknemers die in het buitenland wonen en toch recht hebben op een heffingskorting:

  • Werknemers die inwoner zijn van een land uit de landenkring hebben recht op het belastingdeel van de arbeidskorting;
  • Werknemers die niet in Nederland wonen, maar wel verzekerd zijn voor de volksverzekeringen hebben nog altijd recht op het andere deel van de loonheffingskorting: het premiedeel.

Bron: HR rendement

Deel deze pagina: