Wet DBA – geen boetes tot 2018 – brief oplossingen knelpunten

De handhaving op de wet DBA wordt opgeschort tot 1 januari 2018. Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen tot die tijd en over die periode geen boete of naheffing. Het kabinet gaat in de tussentijd bekijken hoe de begrippen ‘gezag’ en ‘vrije vervanging’ kunnen worden aangepast. Dit staat in de tweede voortgangsrapportage van de Wet DBA van staatssecretaris Wiebes van Financiën.

Om de knelpunten van de Wet DBA te inventariseren is medio oktober het meldpunt DBA ingesteld.

Meldpunt DBA

In de periode tot 14 november kwamen 1.801 meldingen binnen bij het meldpunt. Zzp’ers vormen de grootste groep melders. 1.585 zzp’ers hebben een melding ingediend. Ook hebben 116 opdrachtgevers een melding gedaan.

Uit gesprekken en de reacties op het meldpunt zijn de volgende conclusies te trekken:

  1. Opdrachtgevers zijn terughoudend in het inhuren van zzp’ers.
  2. Het onderscheid tussen ondernemerschap en dienstbetrekking sluit niet overal aan bij de praktijk.
  3. Opdrachtgevers ervaren de arbeidswetgeving als knellend.

Opdrachtgevers zijn terughoudend in inhuren van zzp’ers

“De modelovereenkomsten bieden duidelijkheid, maar er blijft in sommige sectoren een aanzienlijk grijs gebied over. Daarbinnen ondervinden opdrachtgevers geen zekerheid.”

Te veel zzp’ers, die best buiten dienstverband hadden kunnen werken, krijgen nu bepaalde opdrachten of klussen niet meer. Opdrachtgevers reageren door nog grotere hoeveelheden, nog gedetailleerdere overeenkomsten ter beoordeling aan de Belastingdienst voor te leggen, maar daar ligt de oplossing niet. Alleen door opdrachtgevers meer zekerheid te geven over de aard van de arbeidsrelatie die zij aangaan met de opdrachtnemer, is de vicieuze cirkel die is ontstaan te doorbreken.

Onderscheid ondernemerschap en dienstbetrekking sluit niet aan bij praktijk

Modelovereenkomsten bieden vaak wel zekerheid. Maar velen herkennen zich niet in de uitkomsten van de modelovereenkomsten.

Het verschil tussen een dienstbetrekking en zelfstandigheid van de opdrachtnemer wordt bepaald door het Burgerlijk Wetboek (BW) en bijbehorende jurisprudentie maar veel opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen dit wettelijke onderscheid niet meer verenigen met hun manier van werken.

Vervangbaarheid

Onder in de arbeidsmarkt werken mensen in allerlei sectoren buiten dienstbetrekking op basis van het criterium “vervangbaarheid” (uit het BW). Dat sluit niet aan bij de maatschappelijke opvatting dat het hier vaak gaat om werkrelaties met het karakter van een dienstbetrekking.

Veel mensen met specialistische taken bóven in de arbeidsmarkt, zoals ICT’ers, kunnen op basis van het criterium “gezag” hun werk vaak alleen in dienstbetrekking uitvoeren. Terwijl de zelfstandige professionals die het hier betreft, een werkpraktijk hebben die neerkomt op zelfstandige beroepsbeoefening.

Het is dan ook nodig om de begrippen opnieuw te bepalen en beter aan te sluiten bij de huidige maatschappij.

Opdrachtgevers ervaren arbeidswetgeving als knellend

Bij sommige arbeidsrelaties is het duidelijk dat het om een dienstbetrekking gaat. Vaak gaat het om een beperkt deel van het zzp-bestand van die opdrachtgevers. En om werkenden die soms al jarenlang in de organisatie meedraaien. Een groot deel van deze organisaties geeft aan dat ze geen moeite hebben met de afdracht van loonheffingen en sociale lasten. Dat doen ze namelijk voor hun reguliere werknemers óók. Wel vinden ze de arbeidswetgeving inflexibel. Ze werken met arbeidskrachten waarmee ze geen vast dienstverband willen aangaan, en die dat zelf ook niet willen.

Ketenbepaling Wet werk en zekerheid

Door de ketenbepaling in de Wet werk en zekerheid (Wwz) kúnnen ze tegen de verplichting aanlopen om wel een vast dienstverband aan te gaan. Dat knelt vooral in sectoren waarin professionals hoofdzakelijk opdrachtsgewijs werken, ook waarbij dat volgens de wet niet altijd buiten dienstbetrekking kan, zoals de omroep, media en de kunst- en cultuursector.

Als sectorbreed de behoefte bestaat aan meer flexibiliteit binnen de dienstbetrekking, moet dat mogelijk worden.

Commissie beoordeling modelovereenkomsten Wet DBA

De Commissie beoordeling modelovereenkomsten Wet DBA is in april 2016 ingesteld om de juistheid te onderzoeken van (model)overeenkomsten die de Belastingdienst beoordeeld heeft. De Commissie heeft inmiddels haar eindrapport gestuurd (Rapport Commissie Boot).

De Commissie oordeelt volgens de staatssecretaris relatief mild over de beoordeling door de Belastingdienst van de modelovereenkomsten. In de meeste gevallen acht de Commissie het oordeel van de fiscus juist.

De Commissie doet 10 aanbevelingen waarvan Wiebes de meeste opvolgt.

Modelovereenkomsten

In de individuele overeenkomsten zijn meer details uitgewerkt, zoals de contractduur en de aard van de werkzaamheden, dan in de algemene overeenkomsten. De algemene overeenkomsten krijgen een bijsluiter om duidelijk te maken in welke gevallen ze kunnen worden toegepast.

modelovstvzaken
De stand per 14 november 2016 van het aantal binnengekomen,  behandelde modelovereenkomsten en voorraad bedraagt:

Register

Naar aanleiding van een wens van (organisaties van) opdrachtnemers is door de Belastingdienst een register opengesteld waarmee gebruikers van overeenkomsten kunnen nagaan of de Belastingdienst een overeenkomst met een bepaald kenmerk heeft goedgekeurd. Dit register is raadpleegbaar via belastingdienst.nl/dba.

Beleidsbesluit

De Commissie acht het noodzakelijk voor het slagen van het systeem van “modelovereenkomsten” dat zonder meer duidelijk is hoe de Belastingdienst ermee omgaat. Daarbij past een beleidsbesluit. Die komt er ook.

Wiebes:

“Ik zal bewerkstelligen dat meer duidelijkheid wordt gecreëerd over de vraag wanneer het gebruik van een (model)overeenkomst echt nodig is, maar vooral: wanneer die niet nodig is. In heel veel situaties is er namelijk geen twijfel over dat een (fictieve) dienstbetrekking ontbreekt.”maatregldba

 

Opschorting handhaving

De implementatietermijn voor de volledige invoering van de Wet DBA verlengt de bewindsman tot in ieder geval 1 januari 2018.

Herijking criteria “vrije vervanging” en “gezagsverhouding”

Die opschorting geeft het kabinet de tijd voor een herijking van de criteria “vrije vervanging” en “gezagsverhouding”. De Commissie wijst in haar rapport op de soms moeizame duiding van de criteria “vrije vervanging” en “gezagsverhouding”, zowel in de algemene overeenkomsten als in de voorgelegde overeenkomsten.

Samen met de minister van Sociale Zaken en de minister van Veiligheid wil de staatssecretaris  onderzoeken hoe aan deze criteria een concretere of andere invulling moet worden gegeven, zodat die beter aansluit bij het huidige maatschappelijke beeld van een arbeidsverhouding. Het kabinet hoopt voor een volgend regeerakkoord met resultaten te komen.

Andere rol voor de Belastingdienst

Veel opdrachtgevers en opdrachtnemers worstelen met  het criterium “gezagsverhouding”.  Zolang nog niet duidelijk is hoe de invulling van het dit criterium het beste kan aansluiten bij het huidige maatschappelijke beeld van een arbeidsverhouding, wordt er niet gehandhaafd.

Ondernemers moeten in zekerheid aan het werk kunnen. De Belastingdienst kan hier een coachende rol in vervullen door “voorwaartse” aanwijzingen te geven bij controles, zekerheid te geven dat er geen “achterwaartse” naheffingen en boetes zullen worden opgelegd.

Aanpak oneerlijke concurrenten

Voor de groep kwaadwillenden geldt geen verlengde implementatietermijn. De Belastingdienst start met ingang van 1 mei 2017 met een (repressief) handhavingsbeleid.

Invulling begrip kwaadwillenden

Kwaadwillend is de opdrachtgever of opdrachtnemer die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat hij weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast).

Uitzondering ketenbepaling Wet werk en zekerheid

Cao-partijen kunnen de minister van SZW verzoeken bepaalde functies in een bedrijfstak aan te wijzen, waarvoor bij cao de ketenbepaling van de Wwz buiten toepassing kan worden verklaard. Dit kan bijvoorbeeld noodzakelijk blijken bij de omroep, de media en de kunst en cultuursector.

Cao-partijen kunnen ook nu al, zonder tussenkomst van de minister de ketenbepaling verruimen. Hierdoor kunnen zij voor bepaalde functies het aantal contracten voordta een vast contract ontstaat verruimen van drie naar zes en de termijn waarna een vast contract ontstaat verruimen van twee naar vier jaar.

En hoe nu verder?

De staatssecretaris schrijft het volgende:

“Ik wil medio 2017 bezien waar we dan staan met de implementatie van de Wet DBA om op dat moment opnieuw te besluiten of een verdere verlenging van de implementatietermijn tot een datum na 1 januari 2018 gewenst is.

In de Derde Voortgangsrapportage, voorzien in april 2017, ga ik in op het effect van de (genomen) maatregelen.”

Bron: Over Salaris.nl

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website maakt gebruik van cookies.