Filter op categorieën

Nieuws

Meer werkgevers aangeklaagd vanwege burn-out

burnoutJuridisch dienstverlener DAS ziet een forse toename van het aantal werknemers dat zijn werkgever aanklaagt voor inkomensverlies bij een burn-out. Via de rechter proberen zij af te dwingen dat de werkgever die inkomensderving compenseert. De rechter stelt hen echter zelden in het gelijk.

Bij een burn-out zijn werknemers langdurig uit de running. Ze krijgen dan te maken met een flinke inkomensderving. Een ziektewet- of arbeidsongeschiktheidsuitkering is vaak een stuk lager dan het maandloon. Wordt de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden ontbonden, dan heeft de werknemer niet altijd recht op een transitievergoeding. Ook een eventuele ww-uitkering betekent een flinke inkomensdaling ten opzichte van het eerder genoten salaris. Steeds meer werknemers stappen naar de rechter om financiële compensatie van hun geleden inkomensverlies te vorderen bij de werkgever. Met terugwerkende kracht stellen zij hun werkgever aansprakelijk voor de burn-out.

Werksituatie meestal niet enige oorzaak van burn-out

Om in aanmerking te komen voor een schadevergoeding, zal de werknemer moeten aantonen dat de werkgever schuldig is aan de burn-out. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de werkgever zijn begeleidingsplicht bij de burn-outklachten of tijdens het re-integratietraject heeft verzaakt. Dit blijkt in de praktijk lastiger te bewijzen dan veel werknemers denken.

De werknemer zal een overtuigend medisch dossier moeten overleggen en moeten kunnen aantonen dat de burn-out is veroorzaakt door de arbeidsomstandigheden en niet door de privésituatie. Een langdurig hoge werkdruk is namelijk zelden de enige oorzaak van een burn-out. Werknemers staan meestal niet alleen op het werk onder druk: ook hun vele verplichtingen thuis zorgen voor stress. En daar heeft de werkgever geen invloed op.

Rechter kent zelden schadevergoeding toe

DAS was tot dusver betrokken bij ruim honderd rechtszaken waarbij de werknemer zijn werkgever aansprakelijk stelde voor de financiële gevolgen van zijn burn-out. In slechts enkele gevallen kende de rechter aan de eiser een schadevergoeding toe. Dit gebeurde bij werknemers bij wie seksueel grensoverschrijdend gedrag een rol had gespeeld bij het ontstaan van de burn-out. In de praktijk valt een eventueel toegekende schadevergoeding meestal minder hoog uit dan gehoopt. Blijft de werknemer langdurig arbeidsongeschikt, dan kan de financiële schade flink oplopen. Vaak blijft die echter beperkt, doordat veel werknemers relatief snel weer bij een andere werkgever aan de slag gaan.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina:

Kabinet wil nog meer weten over de zzp’er

Het kabinet gaat de komende tijd in gesprek met zzp’ers, werknemers, werkgevers en organisaties en hoopt daarmee meer helderheid te krijgen over het onderscheid tussen de zzp’er en een werknemer.

Voor de nieuwe wet- en regelgeving rondom de zzp’er is het kabinet een webmodule aan het ontwikkelen. Deze module kunnen ondernemingen gebruiken die een zzp’er willen inhuren en duidelijkheid willen over de kwalificatie van deze persoon. Komt na het invullen van deze module naar voren dat de zzp’er als zelfstandige aan de gang kan (er is dus geen sprake van een dienstbetrekking) dan ontvangt de opdrachtgever een opdrachtgeversverklaring. Met deze verklaring in de hand kan een opdrachtgever dan geen naheffing van de loonheffingen worden opgelegd. De aangegeven informatie in de module moet dan natuurlijk wel allemaal kloppen.

Meer helderheid over onderscheid

De module zit nu in de testfase. Hieruit komt naar voren dat de vragen blijken niet altijd even duidelijk te zijn. Ook blijkt dat in veel gevallen toch sprake is van dienstbetrekking. Tot deze conclusie kan bijvoorbeeld worden gekomen omdat de zzp’er op dezelfde manier werkt als een werknemer. De module kan echter niet altijd aangeven of er sprake is van een dienstbetrekking of een zzp’er. Het kabinet wil daarom nog meer helderheid zien te krijgen over dit onderscheid en wil ook weten hoe hier in de maatschappij tegenaan gekeken wordt. Het gaat dus gesprekken voeren met zzp’ers, werknemers, werkgevers en organisaties.

Minimumtarief van € 16 per uur voor zzp’er

Naast de webmodule is er in de regeling ook opgenomen dat er voor zzp’ers een minimumtarief van € 16 per uur gaat gelden. Daarnaast kunnen zzp’ers die meer dan € 75 per uur verdienen in overleg met hun opdrachtgever voor maximaal een jaar een zelfstandigenverklaring opstellen. De Tweede Kamer krijgt, als het goed is, de uitkomsten van de webmodule in het eerste kwartaal van 2020. Op dit moment kan er op het wetsvoorstel worden geschoten, want het ligt ter internetconsultatie tot 19 december 2019.

Bron: HR rendement

Deel deze pagina:

Pensioenakkoord: vertraging stijging AOW-leeftijd

PensioenakkoordDe sociale partners zijn met het kabinet tot een principeakkoord over het vernieuwen van het pensioenstelsel gekomen. Bedoeling is om fikse wijzigingen aan te brengen in de regels voor de AOW en het aanvullend pensioen.

Het akkoord is het resultaat van een jarenlang onderhandelingstraject over de hervorming van het pensioenstelsel en aanverwante onderwerpen als de stijging van de AOW-leeftijd en vroegpensioen voor zwaar werk. Beoogde ingangsdatum van de afspraken over de AOW-leeftijd is 1 januari 2020. Het nieuwe pensioenstelsel vraagt meer tijd: het kabinet mikt op invoering per 2022.

Eerder met pensioen gaan moet makkelijker worden

Het kabinet, de werkgevers en vakbonden hebben onder meer het volgende afgesproken:

  • De doorsneesystematiek, waarbij alle pensioendeelnemers hetzelfde percentage pensioenpremie betalen voor hetzelfde percentage pensioen, wordt ‘afgeschaft’. De pensioenopbouw wordt ‘persoonlijker en transparanter’. Het kabinet en de sociale partners werken compensatiemaatregelen uit voor deelnemers die hierdoor worden getroffen.
  • Pensioenuitvoerders kunnen pensioen verhogen bij een dekkingsgraad boven de 100% en verlagen als deze onder de 100% komt. Korten en indexeren is nu pas aan de orde bij een dekkingsgraad van lager dan 90% respectievelijk 110% of hoger. Om daarnaast de kans op kortingen op de korte termijn te verkleinen, worden de regels hiervoor tijdelijk aangepast.
  • Eén van de maatregelen voor duurzame inzetbaarheid is het afremmen van de stijging van de AOW-leeftijd. De AOW-leeftijd blijft in 2020 en 2021 vaststaan op 66 jaar en vier maanden, om vervolgens door te stijgen tot 67 jaar in 2024. Vanaf 2025 geldt bij een stijging van de gemiddelde levensverwachting met een jaar dat de AOW-leeftijd met acht maanden stijgt. Dit zorgt wel voor een kostenpost van enkele miljarden euro’s. Het kabinet geeft aan dat het de kosten die het pakket aan maatregelen met zich meebrengt onder andere dekt door het lage-inkomensvoordeel te verlagen en het jeugd-LIV (tool) te beëindigen.
  • Werknemers met zware beroepen kunnen makkelijker eerder stoppen met werken. Zo krijgen werknemers de kans om 100 weken ‘fiscaal gefaciliteerd’ bovenwettelijk verlof op te sparen. En een werknemer kan in overleg met een werkgever drie jaar eerder met pensioen gaan, al zal doorwerken nog wel financieel aantrekkelijker blijven. Het kabinet stelt een uitkeringsbedrag van € 19.000 per jaar vrij van de zogeheten RVU-heffing.
  • Op de pensioeningangsdatum kan een werknemer maximaal 10% van zijn opgebouwde ouderdomspensioen direct opnemen, bijvoorbeeld om een hypotheek af te betalen.
  • Voor zzp’ers komt er een fiscaal gunstige regeling voor pensioen. Verplicht wordt het opbouwen van pensioen niet. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt wél verplicht.

Nog veel werk te verzetten voor pensioenstelsel

Het gaat nog om een principeakkoord. De vakbonden leggen deze voor aan hun leden. Eind volgende week zal duidelijk zijn of het akkoord volledig gesteund wordt. Een stuurgroep van de Sociaal-Economische Raad (SER) en het kabinet kan dan aan de slag met de uitwerking van een nieuwe pensioenregeling en de overgang naar een nieuw pensioenstelsel. Uiteindelijk moet dit tot wetgeving leiden, waar de Tweede en Eerste Kamer over zullen stemmen. Het kabinet heeft momenteel door de steun van GroenLinks en de PvdA een meerderheid voor de maatregelen. Pas als de plannen ook door beide Kamers zijn, kan de hervorming van het pensioenstelsel daadwerkelijk plaatsvinden.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina:

Vanaf 2022 STAP-budget voor iedere werknemer

Het kabinet heeft naar buiten gebracht dat vanaf 1 januari 2022 gebruik is te maken van het STAP-budget. Dit is een individueel leer- en ontwikkelingsbudget voor werkenden én niet-werkenden, geregeld door de overheid.

Het STAP-budget (STAP staat voor STimulans ArbeidsmarktPositie) vervangt de huidige fiscale aftrek van scholingsuitgaven. Hiervoor is op Prinsjesdag een wetsvoorstel gepubliceerd. Het moment van afschaffing van de scholingsaftrek is gekoppeld aan de invoering van het STAP-budget. Minister Koolmees van SZW en minister Van Engelshoven van OCW melden in een Kamerbrief dat het STAP-budget vanaf 1 januari 2022 aan te vragen moet zijn. De bedoeling is dat UWV de regeling gaat uitvoeren. Het instituut heeft aan het kabinet laten weten tot 2022 nodig te hebben om voorbereid te zijn op de uitvoering. UWV heeft ook enkele voorwaarden gesteld aan de uitvoering, waarop de regeling is gewijzigd.

Maximaal € 1.000 STAP-budget per persoon per jaar

Tot 1 januari 2022 kunnen mensen dus onder voorwaarden scholingskosten aftrekken van hun inkomstenbelasting. Vanaf 2022 kunnen werkenden en niet-werkenden bij UWV een aanvraag indienen voor het STAP-budget. Dit budget – dat maximaal € 1.000 per persoon per jaar bedraagt – is te verkrijgen voor de betaling van diverse soorten scholing, zoals een opleiding tot een (deel van een) erkend diploma of certificaat, of een procedure voor Erkenning van Verworven Competenties (EVC). Voor de regeling zal een subsidieplafond van ongeveer € 200 miljoen per jaar gelden. Daardoor kunnen in ieder geval jaarlijks 200.000 mensen gebruikmaken van het STAP-budget (pdf).

SLIM-regeling moet scholing in mkb normaal maken

De ministers melden ook dat er nog een andere scholingsregeling in ontwikkeling is: de Stimuleringsregeling Leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen (SLIM-regeling). De SLIM-regeling is een gevolg van afspraken uit de Tweede Kamer. In de conceptversie van de regeling, in te zien op internetconsultatie.nl, is bepaald dat organisaties uit de sectoren landbouw, horeca en recreatie en mkb-bedrijven van de subsidie kunnen profiteren. Zij kunnen voor het eerst in maart 2020 bij Uitvoering van Beleid subsidie aanvragen voor initiatieven die bijdragen aan een leven lang ontwikkelen, zoals ontwikkeladviezen voor het personeel. De subsidie kan oplopen tot € 24.999 per mkb-bedrijf. Begin 2020 volgt meer informatie over het aanvraagproces van de SLIM-regeling.

Bron: Online Rendement

Deel deze pagina:

Oude inlogmethode werkgeversportaal UWV gaat dicht

UWV, inlogUWV waarschuwt werkgevers dat al begin 2020 de eerste organisaties worden afgesloten van de oude inlogmethode voor het werkgeversportaal. Heeft een organisatie nog geen eHerkenning geregeld, dan wordt het werkgeversportaal van UWV dus al heel snel volledig onbereikbaar.

Veel werkgevers hebben de overstap naar eHerkenning nog niet gemaakt, terwijl dat per 1 november 2019 de enige inlogmethode is voor het werkgeversportaal. Volgens UWV heeft slechts 18,6% van de werkgevers al een keer met de nieuwe inlogmethode ingelogd. Toch wordt begin 2020 de oude inlogmethode voor de eerste accounts al afgesloten. Werkgevers die dan nog steeds geen eHerkenning geregeld hebben, kunnen in de problemen komen als zij het werkgeversportaal nodig hebben om hun zaken te regelen.

Werkgever kan in de problemen raken

Werkgevers kunnen problemen ondervinden als zij onverwacht gebruik moeten maken van het werkgeversportaal en daarbij een strakke deadline geldt. Dat geldt bijvoorbeeld voor het indienen van een bezwaar tegen een beschikking over een premie of een aanvraag voor een voorziening. Doordat de leveranciers van eHerkenning het erg druk hebben, kan het verwerken van een aanvraag enkele weken duren. De deadline voor het indienen van het bezwaar kan dan al verstreken zijn.

Ook werknemer kan de dupe worden

Ook werknemers kunnen er last van hebben als werkgevers hun zaken niet op orde hebben. Zij kunnen bijvoorbeeld voor de verstrekking van een uitkering afhankelijk zijn van de meldingen die hun werkgever moet doen via het werkgeversportaal. UWV wil voorkomen dat werknemers er de dupe van worden als hun werkgever geen eHerkenning aanvraagt en begint daarom begin 2020 met het dichtzetten van de oude inlogmethode. Daarbij zijn organisaties die eHerkenning hebben als eerste aan de beurt. Daarna volgen achtereenvolgens accounts die al twee jaar niet gebruikt zijn, kleine werkgevers, middelgrote werkgevers, intermediairs, eenmanszaken en grote werkgevers.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina: