Filter op categorieën

Nieuws

Vragen over: werken met warm weer

werken met warm weerDe zon schijnt en het kwik stijgt tot tropische temperaturen. Werknemers kunnen hier bij hun werk last van hebben, met name als ze buiten werken. Wat kan en moet de werkgever dan regelen om de arbeidsomstandigheden prettig en veilig te houden?

Hitte kan ervoor zorgen dat werknemers zich minder goed kunnen concentreren. Daar is uw organisatie natuurlijk niet bij gebaat, dus het is zaak dat de werkgever actie onderneemt om te zorgen dat de werkomstandigheden zo stabiel mogelijk zijn. Tijdens warme periodes moet een organisatie extra oog hebben voor de veiligheid van en het welzijn van de werknemers.

Bij welke temperatuur is het te warm om te werken?

Er is geen wettelijke regeling voor stillegging van het werk bij een bepaalde temperatuur, maar met een beetje gezond verstand kan een werkgever gezondheidsproblemen door de temperatuur (tool) wel inschatten. Van hitte kan een werknemer hittestress krijgen of zelfs onwel worden. Hittestress kan leiden tot een mindere productiviteit van 30 tot 50%. Daar is geen organisatie bij gebaat, dus het is zaak om hitteproblemen te bestrijden (tool).

Hoe houden we de werkplek koel?

Nu veel werknemers vanuit huis werken in verband met de maatregelen tegen coronabesmetting, kan de werkgever minder doen om de arbeidsomstandigheden optimaal te houden. De tips die gelden voor het kantoor, kan hij echter ook doorspelen aan de thuiswerkers. Denk aan de volgende maatregelen om de werkomstandigheden op de werkplek bij warm weer te verbeteren:

  • de werkruimte verkoelen met behulp van ventilatoren, zonwering en een goede airco;
  • onnodige apparatuur en verlichting uitschakelen en ramen verduisteren waar zonlicht op valt;
  • werknemers adviseren om voldoende te blijven drinken en zo nodig extra pauzes te nemen;
  • tijdelijk minder strikt omgaan met kledingvoorschriften;
  • een tropenrooster instellen, waarbij werknemers eerder mogen beginnen en stoppen.

Mag ik de werktijden verplicht aanpassen aan de hitte?

Er staan geen afspraken over het zogenoemde tropenrooster in de wet, maar het kan wel een passende maatregel zijn om bij hoge temperaturen de gezondheid van werknemers te beschermen. In dat geval beginnen werknemers vroeg (meestal tussen zes en zeven uur ’s morgens) en kunnen dan ook eerder stoppen en zo het werken op het heetste deel van de dag beperken.
Het instellen van een tropenrooster gebeurt altijd in onderling overleg tussen de werkgever en werknemers. Werkt een werknemer liever zijn normale uren, dan kan de werkgever niet zomaar eisen dat hij zich aan het tropenrooster conformeert. Dit zijn immers niet de normale arbeidstijden die met de werknemer zijn afgesproken.

Zijn er speciale maatregelen nodig bij buitenwerk?

Personeel dat in de buitenlucht werkt, loopt niet alleen kans op hittestress, maar kan ook snel te veel worden blootgesteld aan UV-straling. Ook de luchtkwaliteit is vaak slechter bij warm weer. Kans op smog door ozon neemt toe en dus het risico op luchtwegklachten. Het is aan te raden om buitenwerkers met de huidige weersomstandigheden altijd UV-beschermende kleding te verstrekken, en uiteraard zonnebrandcrème.

Moeten we voor zwangere werkneemsters extra dingen regelen?

Aan kwetsbare groepen werknemers moet uw organisatie inderdaad extra aandacht geven bij warm weer. Daar vallen naast zwangere werkneemsters bijvoorbeeld ook werknemers met een chronische ziekte onder. Voor hen moet uw organisatie mogelijk de arbeidsomstandigheden aanpassen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft voor aanhoudend warm weer het Nationaal Hitteplan. Dat geeft aanbevelingen voor kwetsbare groepen om gezondheidsklachten tijdens warm weer te voorkomen.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina:

Ook andere vaste vergoedingen mogen onbelast doorlopen

reiskostenNa een actualisering van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis keurt staatssecretaris Vijlbrief van Financiën goed dat naast de vaste reiskostenvergoeding, ook andere vaste vergoedingen onbelast mogen blijven doorlopen.

Krijgen werknemers een vaste vergoeding, maar werken zij vanwege corona nu grotendeels of volledig thuis? Dan is het voor de werkgever niet nodig de vaste vergoeding aan te passen. Zolang de coronamaatregelen gelden en als de werknemer vóór 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht had op de vergoeding, mag de werkgever blijven uitgaan van de aangenomen feiten waarop de vergoeding oorspronkelijk is gebaseerd. Denk bijvoorbeeld aan de maandelijkse vergoeding voor kosten onderweg van vertegenwoordigers. Dit heeft staatssecretaris Vijlbrief van Financiën onlangs goedgekeurd.

Goedkeuring geldt niet voor extraterritoriale kosten

Werknemers die tijdelijk naar het buitenland of naar Nederland worden uitgezonden, krijgen vaak een vergoeding voor de extra kosten van dat verblijf buiten het land van herkomst, de zogenoemde extraterritoriale kosten. De goedkeuring van de staatssecretaris geldt niet voor een vergoeding voor deze extraterritoriale kosten die een werkgever vergoedt met de bewijsregel. De werkgever mag in dat geval dus niet blijven uitgaan van de situatie waarop hij de vergoeding heeft gebaseerd. Een werkgever die de werkelijke extraterritoriale kosten van een werknemer vergoedt, moet deze kosten nog steeds aannemelijk kunnen maken.

Reiskostenvergoeding mag nog steeds doorlopen

Een soortgelijke goedkeuring maakte de staatssecretaris al eerder bekend voor het onbelast doorlopen van de vaste reiskostenvergoeding. Deze en andere fiscale tegemoetkomingen naar aanleiding van de coronacrisis staan in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis op een rij. Dit besluit wordt regelmatig geactualiseerd en aangevuld. Er is nog geen concrete einddatum van de goedkeuring bekend: deze geldt zolang het genoemde besluit van kracht is. Dus zolang het besluit (of het specifieke onderdeel van het besluit dat hierover gaat) niet is ingetrokken, mag de werkgever de vaste (reiskosten)vergoeding onbelast blijven betalen binnen de werkkostenregeling.

Bron: HR rendement

Deel deze pagina:

NEN publiceert gratis norm voor coronaproof kantoor

covid19In een eerder stadium had normeringsinstituut NEN laten weten te werken aan normen voor de inrichting van werkplekken die coronaproof zijn. De normen zijn nu gepubliceerd en gratis te downloaden.

Er is grote behoefte aan kennis over de juiste inrichting van werkplekken en kantoren nu er rekening moet worden gehouden met Covid-19. Alleen als die inrichting coronaproof is, kunnen mensen terug naar kantoor. Normeringsinstituut NEN heeft daarom na een eerdere aankondiging nu nieuwe, tijdelijke normen vastgelegd, de zogenoemde NEN-spec. Uitgangspunt is om de kans op besmetting zo klein mogelijk te houden. In de NEN-spec komen de volgende onderwerpen aan bod:

  • arbeidsomstandigheden en RI&E;
  • vloeroppervlakte algemeen;
  • toegang en doorgang in een kantoorvertrek;
  • aanbevelingen voor gedragsregels;
  • bewegingsruimte;
  • scheidingswanden;
  • vluchtroutes en nooddeuren;
  • fysische factoren;
  • voorbeeldberekeningen;
  • bijzondere ruimtes.

Actualisering bij nieuwe inzichten

De norm is tot stand gekomen door input van zowel NEN-experts en vakinhoudelijke experts als commerciële partijen. Het navolgen van de NEN-spec is niet verplicht. Voorlopig is hij zes maanden geldig en het NEN stelt hem te zullen actualiseren als er nieuwe inzichten of ontwikkelingen zijn. De NEN-spec 2:2020 versie 1.1 nl Ergonomie is gratis te downloaden op de downloadsite van NEN na het aanmaken van een gratis account. Op deze pagina zijn ook andere coronagerelateerde normen te vinden.

Bron: HR rendement

Deel deze pagina:

Helft Nederlanders werkt liefst thuis tot er een vaccin is

ThuiswerkenMaar liefst 53 procent van de Nederlanders die momenteel vanuit huis werken, keert liever niet terug naar kantoor totdat ze zijn ingeënt tegen het coronavirus. Een belangrijke verklaring hiervoor lijkt een gebrek aan vertrouwen in collega’s te zijn; meer dan de helft van de ondervraagden is er namelijk niet gerust op dat zij zich aan alle coronamaatregelen houden.

Dit blijkt uit onderzoek van Acties.nl onder 1.012 Nederlanders die thuiswerken, uitgevoerd door Panelinzicht. Opvallend genoeg zijn de ondervraagden een stuk minder kritisch over hun eigen striktheid. Maar liefst 81 procent verwacht zich bij terugkeer naar kantoor, te allen tijde aan de voorschriften van het RIVM te houden. Vooral dertigers zijn opvallend mild over hun gedrag (85 procent) en erg wantrouwend richting collega’s (60 procent).

Hygiëne onvoldoende

Een andere belangrijke reden om nog even niet terug te keren naar kantoor is een gebrek aan algehele frisheid. Zo stelt maar liefst een derde van de respondenten dat de hygiëne bij hen op kantoor onvoldoende is. Ondanks de door het RIVM opgestelde richtlijnen, wordt er slechts in beperkte mate beterschap verwacht. Zo denkt de helft van de ondervraagden dat hun werkgever de werkvloer niet coronaproof kan maken. Daarnaast zegt maar liefst 24 procent dat hun bedrijf zich onvoldoende inzet voor een coronavrij-kantoor. Met 32 procent zijn vooral werknemers tot veertig jaar erg kritisch over de ijver van hun werkgever op dit gebied.

Niet alleen het kantoor zelf, maar ook de reis ernaartoe is voor veel respondenten een risico dat ze het liefst nog even uit de weg gaan. Maar liefst 69 procent van hen zegt het openbaar vervoer actief te ontwijken totdat er een vaccin is ontwikkeld.

Bron: HR Praktijk

Deel deze pagina:

Quickscan van de WAB: meer werk en soms duurder

PayrollOnlangs informeerde minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Tweede Kamer over de quickscan naar de effecten van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). Hieruit blijkt dat werkgevers de ww-premiedifferentiatie zien als extra administratieve last, er nog geen oplossing is voor de seizoensgebonden sectoren en dat uitzendwerk en payrolling duurder is geworden.

Uit de quickscan blijkt dat veel werkgevers het schriftelijkheidsvereiste van de ww- premiedifferentiatie ervaren als een extra administratieve last. Volgens dit vereiste moeten werkgevers een ondertekende arbeidsovereenkomst opnemen in de loonadministratie. Dat bleek voor veel werkgevers lastig te regelen voor 1 januari 2020. Daarom werd de deadline met 3 maanden opgeschoven. Vanwege de coronacrisis gaf de minister de werkgevers nog eens extra tijd, en wel tot 1 juli 2020.

Nog geen oplossing voor seizoensgebonden sectoren

Voor werkgevers in de seizoensgebonden sectoren vormt de WAB een probleem, omdat zij veel met tijdelijke werknemers werken. Zij moeten daardoor bijna altijd de hoge WW-premie betalen. Minister Koolmees ging hierover in overleg met sociale partners in de Stichting van de Arbeid, maar door de drukte vanwege de coronacrisis is er nog geen oplossing. Hij streeft om de Tweede Kamer in het najaar te informeren over de uitkomst van de overleggen.

Uitzendwerk en payrolling zijn duurder geworden

Minister Koolmees geeft in de quickscan aan dat er uit de praktijk meldingen zijn gekomen dat uitzendwerk duurder is geworden en dat de payrollmaatregelen leiden tot kostenstijgingen. Zo zag de FNV een verschuiving van payrollwerk naar uitzendwerk, en van uitzendwerk naar ZZP. Een andere payrollorganisatie berekende dat de WAB leidt tot salaris- en kostenstijgingen van 6 á 10%. Dit is waarschijnlijk een gevolg van de maatregel dat payrollwerknemers recht hebben op dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die in dienst zijn bij de werkgever waar ze werken.

Vast én tijdelijk contract tegelijk zijn twee contracten

Enkele partijen hadden vragen over de situatie waarin de werkgever een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd uitbreidt via een addendum voor bepaalde tijd. De werknemer werkt dan bijvoorbeeld elke week 10 vaste uren met tijdelijk 20 extra uren. In dat geval is er sprake van twee arbeidsovereenkomsten. Voor het vaste contract geldt de lage WW-premie en voor het tijdelijke contract de hoge, geeft minister Koolmees in de quickscan aan.

Bron: HR Rendement

Deel deze pagina: